Honds genoegen

Zorgvuldig inspecteerde ik de tuin op vergeten broodkorstjes, de prullenbak op verdwaalde kauwgom en de schuur op  wasgoed.
Er kwam een gast.
Voor iemand een verkeerde indruk krijgt, ik ben echt niet gewend om brood in de tuin te begraven, ook niet om vuile was lukraak te dumpen en al helemaal niet om eetwaar in de prullenbak te spugen.
Maar honden zijn rare beesten.
Onze eigen spaniels en basset vonden het een feest in de wasmanden te duiken en te paraderen met een geurige sok in hun bek. Met even grote bezetenheid kauwden ze zich door het afval, ze vonden gegarandeerd een snoeppapiertje en welke smeerlapperij ze uit de grond haalden kun je maar beter niet weten, ze kregen een tienjarig bot nog boven, met wurmen en al.
We hebben meer dan eens meegemaakt dat de kat een muis voor onze voeten legde en zijn vangst streng diende te bewaken omdat de hond al hebberig liep te kwijlen.
Nu heb ik geen beesten meer, maar af en toe komt er een op visite, een doddig dotje dat je hart steelt  maar mèt alle hondse eigenschappen.
Ik prijs hem de hemel in, in de hoop dat hij gezellig bij me blijft en de achtertuin over het hoofd ziet.
Ach gut.
Met graagte luisterend checkt hij alvast de prullenmanden.

Na drie zinnetjes en dertig aaitjes staat hij bij de achterdeur, krabt een paar keer en kijkt naar me.
‘Vergeet het maar,’ zegt hij. Want dat is ook typisch honds: ze kunnen praten.

Advertenties

Nazomerwind

Hij kwam achter de laatste rij huizen vandaan, hij blies over daken en langs schoorstenen, wazige wolken liftten mee en werden begeleid door vogels die hun vleugels spaarden. Hij stuurde wat vroegoude bladeren van hun plek en vlijde ze op gebogen bloemen en vermoeid gras zodat ze samen konden rusten.
Ik lag op mijn rug en keek naar het spel van waaien en inhouden,  hunkerde, verlangend om deel te nemen.
‘Neem me mee’, fluisterde ik, ‘laat me meedoen, neem me op je schouders en toon me alle vergezichten; laat me je vrijheid zien opdat ik weet hoe mooi hij is. Toe…’
Hij hield even in en verkende de grenzen van de tuin; hij onderzocht de heggen en de waslijnen, gaf een speels duwtje tegen de parasol en met ingehouden adem wachtte ik, zijn route volgend, van fladderend wasgoed langs nijgende bomen tot een uitgelaten werveltje in de hoek.
Ik deed mijn ogen dicht en hij aarzelde boven mijn gezicht.
Hij blies een zucht langs mijn wangen, heel zachtjes, als een troostende ademtocht. En vloog verder zonder mij.

Geen nieuws

Hoewel ik af en toe teruggrijp op oude dingetjes leef ik wel degelijk in de tegenwoordige tijd.
Momenteel wat sluimerachtig. Door het besluit een poosje geen nieuws te volgen, althans, geen politiek en dat beslaat zowat alle nieuws, bevind ik me in een vacuum.  Rare gewaarwording, vreemd stil.
Pas op 20 januari gooi ik de luiken open. Om Trumps inauguratie te bekijken. En Obama’s afscheid. De voorspellingen te beluisteren en te lezen van deskundologen die werelds’ ondergang beschrijven dan wel Trumps visie bejubelen.
Ik verheug me er al op; voor een leek op het gebied van politieke manipulaties klinken dergelijke voorbeschouwingen enorm spannend, op het sensationele af.
Dus draai ik me tot die tijd nog eens extra in een fleeceje op de bank met de halve bibliotheek en lees me de tijd door.
Intussen komt hier↓ nog een oudje te staan maar sla het gerust over.Je leert er niets van.
===


Vrekkenpaar op zoek naar een kachel

Het werd koud rond de oude en slechttrekkende haard bij de heer en mevrouw Vrek, ze begrepen dat er iets anders moest komen.
Een forse investering.
Mevrouw V. liep alle kachelwinkels af voor, zoals ze zei, een voordelige aanbieding maar het was nergens goedkoop genoeg.
Ze keek rond naar een tweedehandsje. Ze vond er geen.
Ze begaf zich naar een oud-ijzerhandelaar en vroeg naar oude kachels of haarden. Hij had ze niet.
Op de vuilnisbelt porde ze in grote bergen blikkerend afval en stootte op een oude kookpot.
Die lag er niet voor niets: hij was gedeukt en er zaten gaten in waaruit gewassen groeiden.
Ze peinsde even en nam de pot mee naar de smid, of hij het ding wilde schuren en dichtsolderen? Dan zou zij het schuurpapier betalen, misschien een extraatje voor de soldeertin.
Hm, hij zou het proberen. De smid deed zijn best en het werd een prachtige pot, koperkleurig met blinkende leklapjes.
Het vrekkenpaar was er mee in hun sas en zette hem in de schoorsteen.
Ze maakten er een vuurtje onder met hout uit het park want er was die nacht juist een voordelige storm geweest en gooiden er water in uit de sloot.
Het ding voldeed prima, het werd net zo heet als een kookpot hoorde te zijn en het paar warmde er vergenoegd de vrekkige handen aan.
In het hete water dreef hun wasgoed, voorzien van een likje groene zeep.