Nazomerwind

Hij kwam achter de laatste rij huizen vandaan, hij blies over daken en langs schoorstenen, wazige wolken liftten mee en werden begeleid door vogels die hun vleugels spaarden. Hij stuurde wat vroegoude bladeren van hun plek en vlijde ze op gebogen bloemen en vermoeid gras zodat ze samen konden rusten.
Ik lag op mijn rug en keek naar het spel van waaien en inhouden,  hunkerde, verlangend om deel te nemen.
‘Neem me mee’, fluisterde ik, ‘laat me meedoen, neem me op je schouders en toon me alle vergezichten; laat me je vrijheid zien opdat ik weet hoe mooi hij is. Toe…’
Hij hield even in en verkende de grenzen van de tuin; hij onderzocht de heggen en de waslijnen, gaf een speels duwtje tegen de parasol en met ingehouden adem wachtte ik, zijn route volgend, van fladderend wasgoed langs nijgende bomen tot een uitgelaten werveltje in de hoek.
Ik deed mijn ogen dicht en hij aarzelde boven mijn gezicht.
Hij blies een zucht langs mijn wangen, heel zachtjes, als een troostende ademtocht. En vloog verder zonder mij.

Advertenties