slaap

toetsen


Radio zacht, wind en regen tikken, ik zit aan de toetsen en suf.
Thee, heet en ’n beetje sterk zal me wakker maken.
Het softe radiodecor kan uit.
Ik slurp de hete thee, zit aan de toetsen en suf.
Televisie zal me wakker maken, dichte gordijnen, paar kaarsen erbij.
Ze suizen, zachtjes, begeleiden een monotoon tv-gebabbel
en meer, en
Ik zat aan de toetsen en sliep.
==

vraag

Hoe kan dit

– Je zet een bevroren product in de koelkast. En dan wordt het schap aan de onderkant nat. Verbaast me altijd weer want ik was slecht in natuurkunde.
– Het is laat op de avond en stil op straat, buren slapen. Dan hoor je leidingen suizen. Wanneer het overdag stil is, er geen verkeer is, televisie of burengerucht, hoor je het nooit.
– Buurtje komt om een stukje worst. Ik leg het voor hem neer bij de achterdeur. Hij blieft het niet. Half geërgerd gooi ik het naar buiten, hij vliegt er achteraan en vreet het in twee happen op.

Slechts een paar van de dingen die ik niet begrijp, het leven lijkt vol moeilijkheden te zitten voor een simpele ziel.
Toegegeven, het zijn geen vraagstukken waar wereldleiders over piekeren (al verdenk ik Trump) maar ik zie Poetin of Xi elkaar nog niet bellen over zoiets.

Morgen ga ik weer aan de achtertuin, of verder met  Arago (boek Lieske), nieuw verhaal, coronatoestand op tv.
Daarna denk ik opnieuw aan de vragen zonder antwoord.
Nou ja, nog altijd beter dan ziek worden.
Dan zou ik pas ècht wakker liggen.
==

versje

Wakker worden.

De dag begon met weinig zin
ik zag het aan een wolk die
somber voor’t raam verscheen.
Da’s lekker, dacht ik, moet ik zo de morgen in?
Slomig en saai was het duffe beeld
van donker-wit naar
antraciet, als een narrige duivin.
En net zou ik  terug naar bed gaan toen
een tegendraads gezicht opkwam
schattig als een luchtgodin.
Ik klaarde op en knipoogde
naar het wonderlijke ding
‘weet je dat ik je bemin?’
-==
Bertjens/Bertie ©

verhaaltje

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

persoonlijk

Vol verwachting

Vanmorgen vroeg, het was nog donker – werd ik wakker met een onbenoembaar blij gevoel. Er was iets, iets positiefs. En toen wist ik het weer.
De slaap kwam terug.
Een uur later werd ik opnieuw wakker, nu had ik het meteen.
Uitgeslapen stond ik op, deed de gewone dingen en zette me aan het ontbijt dat door de opwinding nergens naar smaakte. Alleen de koffie trok zich niets van de stemming aan.
Het nieuws van half acht kwam door maar raakte me niet.
Het weerbericht ging langs me heen, reclame merkte ik niet op.
Ongedurigheid beving me.
Ik duwde de klok vooruit.
Tokkelde op het tablet, zag dat de klok terugsprong, hoorde de bel in alle geluiden. Het gerasp van de kauwen klonk precies zo.
Maar dan was de tijd daar en kon ik rechtop staan,  naar de voordeur lopen en de brenger om zijn hals vallen.
De nieuwe wasmachine arriveerde.