familiebezoek

Visite

Het was een gezellige visite.

We aten veel (zit in de familie) en lekker, kwebbelden over van alles (zit nog meer in de familie) en spotten met het een en ander (zit het meest in de familie).
Niet dat we zo’n geweldige familie hebben, maar wanneer je elkaar niet te vaak ontmoet blijf je levendig zoals iedereen weet. Bijna iedereen.
Alleen, het is zo vermoeiend.
Waar ik voorheen uren kon ouwehoeren (excusez le mot) en dan opgeruimd de rest van de dag doorkwam, is het nu een opluchting wanneer een middag is volgekletst en we ieder de eigen weg gaan. ‘Hartstikke leuk, doen we nog een keer, doegdoeg en wel thuis. We bellen nog. Kijk je uit onderweg?

Deur dicht, theewater opzetten, bijkomen met een koppie. Uitrekken in de luie stoel.
En zo ging het.
Tot ik wakker schrok.
Het was donker, de thee nog donkerder en ik gedesoriënteerd.
De lampen brachten licht en besef:  we worden oud.
==
zon

Mooi weer

Om van de zon te profiteren nam ik vandaag een Internetpauze.
Vanmorgen had ik al vroeg een luie stoel klaargezet. Boek, koffie, voorpret.
Toen viel me de rommel op van het vorige tuinwerk. Dat ging naar de schuur waar ik struikelde over dozen oud papier.
Dozen opnieuw gevuld en gestapeld, niet nauwkeurig genoeg: de toren van verfblikken donderde om. Er kwamen allerlei voorwerpen mee, een kwastenpot, blokwitters, behanglijm, kit, afplakband enzovoorts.
Terugzetten, vloer aanvegen.
Goed begin Bertus. Dacht ik.
Het was niet erg, de zon was nog ver weg. En omdat ik toch bezig was kon ik netzogoed de tuinhoek schoonmaken.
Verplaatsen, bezemen, afstoffen, ragen, spuiten en uiteindelijk was het klaar en stonden tafel en stoelen te drogen in de zon die rond het middaguur tevoorschijn kwam.
Ik had mijn rust verdiend, vond ik.
Hangend en lezend op de luie stoel voelde ik de zalige warmte, achterover leunend deed ik de ogen dicht, heel even maar. Vriendin zou bellen ….
….en deed dat inderdaad.
-Waar ben je mee bezig, ik bel en bel. Kom je nog theedrinken?
Ik gaapte
-Sorry, ik had het zo druk dat ik je niet hoorde. Is niet zo erg toch?
Ze lachte.
-Nee, het is pas half vijf. Ik kom wel naar jou, kun jij intussen wakker worden.