Toen werd het donker en..

…een vuurstraal daalde neder
doorkliefde witte veder
wilde daarna mijn hoofd  splijte…
Maar ik was al pleite.
Advertenties

Mieren


Er liep een mier in het keukenkastje. Hij baande zich een weg over kop-en-schotels en ander serviesgoed, vergeefs zoekend naar etenswaar.  Ik veegde hem eruit en joeg hem weg.
Later liep er een in de aanrechtkast; misschien dezelfde, ik kan ze niet zo goed uit elkaar houden. Ook hier stond niets eetbaars tenzij mieren van reinigingsmiddelen houden, stompzinnig als ze zijn zou het me niet verbazen.
Nu maak ik me niet gauw druk om een beestje meer of minder. Maar sinds er een mierenberg in de broodtrommel stond,  een berg die was ontstaan rondom een pot stroop waar zelfs gewriemel in de stroop zelf gaande was houd ik afstand van mieren. Je wil niet weten wat een walgelijke vertoning dit was. We aten nooit meer stroop. Het waren er teveel bij elkaar en ja, dat maakt ze griezelig. Net als mensen.
Ik bestrijd ze te vuur en te zwaard als ik dat zou hebben, desnoods neem ik de buks ter hand maar ze gaan er uit.
De mieren, bedoel ik.