De vrouwen

Twee vrouwen liepen kalmpjes door de winkelstraat.
Ze babbelden wat. Ontspannen. Ze waren beiden wat meer dan gemiddeld in leeftijd, ze trokken de aandacht en waren dat gewend.
Toch waren ze niet bijzonder knap.
Was het hun naar arrogantie neigende zelfverzekerdheid? Waardoor ze bijna achteloos de etalages voorbij liepen en niet in alle spiegels keken?
Hun amper verholen spot bij het zien van de internettende mensheid?
Ze accepteerden hun opvallendheid alsof het hen toekwam, zouden zelfs verbaasd zijn wanneer die wegviel.
Ze wandelden een lunchroom binnen, liepen automatisch naar de beste tafel en werden, als vanzelfsprekend, direct naar hun wensen gevraagd.
Geanimeerd bespraken ze tijdens de maaltijd het een en ander. Ook dat was iets wat bij hun gedrag hoorde, zij deden niet aan roddelen, zij voerden een gesprek over diverse onderwerpen en daar paste een medemens naadloos tussen, als terloops.
Kortom, zij gedroegen zich als welopgevoede vrouwen.
Wat was het dan waardoor er steelse blikken op hen geworpen werden?

Hoor de ober die de bestelling doorgaf:  ‘Zorg maar dat er niets aan mankeert,  de kakwijven zijn er.’

Advertenties

Mannencomplimenten

Uit eigen archief en allemaal lief bedoeld. Bekend bij zussen en een paar andere vrouwen.
====

‘Dat was heerlijk. Lang geleden dat ik zulke fijne karbonades at’

‘Lekker gekookt vandaag’

‘Goh, nou is die zuurkool pas ècht smakelijk’

‘Wat zie je er goed uit vandaag…’

‘Gezellig, die kaarsen en zo. Had je een werkbui?’

Ongetwijfeld zijn er veel meer lievigheden op te noemen.
Eén keer zag hij mijn gezicht en zei toen gauw: ‘Je hebt jezelf overtroffen.
Daar was ik nog blij mee ook, denk je dat je geëmancipeerd bent.
Tis toch wat.

Zingen in de kerk


Mijn vader deed het graag. Niet te hard, dat durfde hij niet.
Onze moeder zong ook. Trots op haar stemgeluid zong ze luid en duidelijk de complete mis mee.  Vermoedelijk ging ze om die reden naar de hoogmis. (voor de nietkatholieken: de zondagse hoogmis was plechtiger dan de andere kerkdiensten, met een mannenkoor en orgel,   de priester deed zingend de meeste gebeden behalve de preek).(godzijdank, een pastoor die niet zingen kon klonk sowieso onaangenaam)
Naast moeder waren er altijd vrouwen die nòg harder zongen en zich wilden meten met de galmende mannen. Je reinste feminisme avant le lettre.
Soms maakten ze er een potje van. Mannen en vrouwen schreeuwden om het hardst met gekropte kelen en kwaaie ogen.
Geloof het of niet, ik heb het meegemaakt dat de priester moest optreden om het gedrag van de rivalen in betere banen te leiden. Er werd boven het orgel uit gejubeld, de organist speelde uit wanhoop een Snip en Snapliedje en de helft van de gelovigen danste de polka.  Dit kon niet meer.
De mis werd stilgelegd, de grootste schreeuwers kwamen naar voren en kregen een Rooms standje: ‘Zo ga je niet om met Gods woord’. Na drie weesgegroetje en de akte van berouw mochten ze terug naar hun plaatsen.
Zo ging dat soms.