Geen woorden vinden

Ken je dat?
Een idee voor een nieuw verhaal hebben en het niet voor elkaar krijgen?
Hoe vaak je ook begint, het is niet in de juiste woorden te vangen.
Humor verzandt, de sensatie is lauw, het drama stelt niets voor.
Dan zit er maar één ding op: stoppen en iets anders doen.
Zo verstandig ben ik meestal niet, .
Ik blijf krabbelen en deleten.
Deze keer is het plan een sprookje in een verhaal te passen, of er omheen te schrijven.

Het gaat over een verliefd meisje dat door haar vader wordt opgesloten in een kamer met een dakkapelletje bij gebrek aan een toren en dat zij haar korte kapsel betreurt en zodoende de vrijer niet met haar haren op kan hijsen. Ze is verliefd op hem en verslaafd aan Grimm
De vrijer interesseert zich geen barst voor verhaaltjes, hij is op zoek naar haar kamer. Het huis heeft er twintig waarvan vijftien met een dakkapel die allemaal zijn geblindeerd en waarin nooit licht brandt. Hoe moet hij haar vinden? Hij gooit steentjes tegen elk raam, klinkers, tenslotte neemt hij stoeptegels. Echter, de vader hoort het, stormt naar buiten, vangt per ongeluk een tegel op met zijn voorhoofd waarna hij terneer valt, verpletterd en morsdood.
Nu kan de vrijer naar binnen. Helaas wordt hij tegengehouden door verborgen elektrisch draadwerk dat hem insnoert, hij graait woest om zich heen, het draad vliegt vonkend de gordijnen in.
Ach en wee, waar zitten de goede feeën nu? Aan hun wijn te sippen?
Uiteindelijk staat het huis in de fik, meisje wordt warm en gilt, vrijer zit vast en krijst, vlammen knetteren vurig.

Zoiets moest het worden maar het hoeft niet meer. Alles is al gezegd.
Alleen de moraal ontbreekt.
Die moet ik nog bedenken.
==

Advertenties

Beppie’s vrijer

Toen Beppie haar nieuwste aanwinst thuis voorstelde keek moeder bedenkelijk naar zijn vettige haren en rafelige outfit.
‘Dag,’ groette ze, ‘ik ben Klazina’.
‘Haai, ik heet Carlos, maar je mag wel Klootje zeggen hoor.’
Moeder verbleekte.
‘ O, eh, ja. Kopje thee?’’
‘Ja lekker,  met een rummetje en een worsie erbij,’ antwoordde hij en keek verbaasd naar Beppie die hard begon te lachen. Moeder rechtte haar rug en ging naar de keuken, zette theewater op.  Rum, het idee.
Ze zuchtte. Bep, altijd dwars, nou deze jongen weer.

Er was geen worst. Dan maar wat anders.
Ze wikkelde een augurk in een plak rosbief. Legde het op een schaaltje en maakte het af met schijfjes komkommer.
Bij de thee reikte ze hem het schaaltje aan. ‘Sorry Carlos, de worst is op’. Verbluft keek hij naar de rosbief, gluurde voorzichtig onder de komkommer. Wantrouwig keerde hij de hap ’n paar keer om en beet er in.
Gespannen observeerde moeder zijn gezicht.
‘Weet je’, zei hij vertrouwelijk, ‘als je geen goeie slager hebt, moet je er ’n lik mosterd op doen, dat helpt tegen de taaiigheid’.
Hij keurde nogmaals.
‘En voor augurken moet je bij de haringboer wezen, die heeft de beste zure bommen. Lekker met palingworst, vis aan vis, weet je wel.’
Ongelovig keek ze van hem naar haar dochter die zich verslikte en haast niet meer bij kwam.
Beppie veegde de tranen uit de ogen en keek haar moeder uitdagend aan, maar die zweeg; ze weigerde zich te laten provoceren.
Beppie deed het er om, wist ze en er was niets wat ze er tegen kon doen.

Strand-idylle.


Het strand is bijna leeg. De meeste badgasten zijn verdwenen.
Langzaam, nog half dromend, wordt Eva wakker.
Suffig kijkt ze op haar horloge. Half zeven al? Naar huis, etenstijd.  Rekkend en gapend gaat ze rechtop zitten. Met tegenzin propt ze haar spullen in de tas en staat  op.
Ze besluit nog een stukje langs het water te lopen, genietend van de rust.
Peinzend kijkt ze naar de horizon en vraagt zich af of er op dit zelfde moment aan de overkant ook iemand wandelt.
Een jongen misschien.  Een lid van het koningshuis, ontsnapt aan bodyguards en met verlangen naar Nederland turend.
Hij wacht natuurlijk op haar en de appel die zij hem aanbiedt, ze heet tenslotte Eva.
In gedachten loopt ze met hem mee en probeerde haar school-engels op hem uit, spint een leven om hem heen waarin ze gaan stappen en proosten met  Charles,  alle knappe voetballers leert kennen en de hondjes van de queen aaien.

Een hard gefluit klinkt op. Verrast draait ze zich om,  bekijkt teleurgesteld  een schriele puber die komt aanrennen met de shampoo. Moet uit haar  tas gevallen zijn. Hij knipoogt als hij haar de fles reikt  maar ze mompelt een kort ‘dank je’ en wendt zich weer naar het water, gefocust op haar koninklijke vrijer.
De prins echter, is tegelijk met de ondergaande zon in de golven verdwenen.

© Bertie