Samenwerken, soms lastig.

-Zo, nog gauw ff een wasje draaien. Geef die vuile sokken ook meteen.
Waarom die haast schat?
-Vanavond de verjaardag van M en dan wil ik de boel aan kant hebben voor we gaan.
Maar we hebben nog de hele dag..
-Nee joh, vanmiddag alle boodschappen.
Dat kan morgen toch ook?
-Denk je? Dan zijn we geen half mens na zo’n avond.
Ok, zal ik dan naar de super gaan?
-Nee, ik ga mee, jij neemt altijd het verkeerde.
Ik schrijf het wel op, zeg het maar.
-Haha, ik laat jou niet alleen in die winkel.  Wil je de stofzuiger pakken?
Maar er ligt niks…
-Toe nou, je ziet dat ik zelf geen tijd heb. De kadoshop nog, wat zal ik geven?
Bloemen zijn toch goed?
-Ze heeft een tuin vol.
Bonbons?
-Dieet. Toe, geef die sokken nou.
Ja mens, jaag niet zo; eh, kadobon? Blokker? Wat is er?
-Ik ga NIET met een truttenbonnetje naar mijn beste vriendin.
Wat is daar mis mee? Gister zei je nog dat ze zo vals was…
………
Waarom zeg je niks meer?
-Ga weg, naar de winkel of wat dan ook en kom niet eerder terug voor we naar M gaan.
Maar, dat wilde je toch zelf doen want……

Man-vrouw herinnering


Toen ik tegen de vijftig liep kocht ik een mini-servies op serveerblad en zette het op het dressoir.
Een klein sierdingetje waarop ik viel door de aansprekende kleuren.
Echtgenoot verbaasde zich hogelijk, juist ik hield niet van snuisterijtjes.’Een kinderservies? Wat moeten wij daarmee doen?’
Niks, alleen kijken. Zie je die kleuren dan niet? Heel apart.’
Hij haalde zijn schouders op.
Na een korte stilte begon hij weer. ‘Dat krijgen oude vrouwtjes ook. Potjes en beeldjes met bloemetjes en herderinnetjes….
Meteen stoof ik op. ‘Nou èn? Als ik dat nou mooi vind, ik zeg toch ook niks van jouw suffe trainingsbroeken uit het jaar nul?’
Hij lachte maar wat.
Enfin.
Een paar weken later waren we op visite bij een bevriend echtpaar. Ik voelde dat hij me aankeek en zag hem verstolen grijnzend naar een tafeltje  knikken.
Daarop stond, je raadt het al, eenzelfde serviesje.
Vriendin, ongeveer twintig jaar ouder dan wij, zag ons kijken.
Leuk hè,’ zei zij,’ die kleuren, heel apart.’

Eerste grote-meiden-kermis

Veertien jaar,  met stiekeme make-up en nieuwe nylons, (jongere lezers moeten zelf maar opzoeken wat ik bedoel) trokken we naar de kermis. De eerste die ik meemaakte in de nieuwe woonplaats, tevens de eerste zonder toezicht.
Alleen met een vriendin. De verwachting scoorde hoog, ik zou meegaan in een hollyholly. Deze attractie was nieuw voor mij; ze verzekerde me dat het onwijs goed was, veel jongelui hadden dan ook een kaart voor de hele avond.
Het bleek een lunapark met veel bewegende trappen, roltonnen en trillende bruggen.
Ze sprong geroutineerd op de loopband naar boven. Ik volgde, minder zelfverzekerd en bangelijk vergat ik de railing los te laten. Daar ging ik, bijna ondersteboven, in mijn blote nieuwe nylons.
Een helper trok me omhoog waarbij hij maar een heel klein beetje naar de jarretels keek.
Wat een begin, ik stierf bijna van schaamte en durfde hem niet meer onder ogen te komen.
Dan maar de  botsautootjes in.
Er moet een kwaadaardig complot zijn geweest die avond: mijn autootje deed het niet; stuurloos werd ik grijnzend (rotjongens) naar alle richtingen gebotst en toen hij eindelijk reed ging  hij achteruit.
Paniekerig rukte ik aan het stuur tot – alweer- een helper achterop sprong en me naar de kant loodste. Ik huilde bijna, stapte uit en verschool me in de drukte.
Ladder in een kous, diadeem verloren (wist niet waar), vriendin flirtte (zij wel), leven had geen zin meer.
Moedeloos ging ik naar huis, een derde uitdaging dorst ik niet aan.
Vroegen ze ook nog ‘Was het leuk op de kermis?’
‘Hartstikke!’

Dag, vriendin


Afscheid moeten nemen van vrienden en goede kennissen is altijd jammer. Ik bedoel niet bij overlijden maar door omstandigheden, verhuizen bijvoorbeeld.
Deze keer ging het om een fijne vriendin met wie ik het al heel lang goed kon vinden. Van jongs af met elkaar omgegaan en zelden een kwaad woord. Nooit, eigenlijk.
En toch, de laatste tijd werden we te close, ik voelde het al zei ze er niets over, integendeel, ze leek het prettig te vinden. Dan moet je oppassen, precies de juiste woorden zoeken want ruziemaken is niet de oplossing.
Na een poosje had ik genoeg van haar hang naar mij en verbrak de vriendschap; met pijn weliswaar maar vertel me, wat moest ik anders? Verhuizen hoefde niet, moeilijk was het wel.
“Ik ben te dik met jou,” zei ik, “of jij met mij maar het is hoe dan ook niet gezond. Vaarwel.”
Betraand streelde ik haar laatste aandenken en gooide het in de prullenbak.
“Dag, Chocoplak, het ga je goed.”