De rijke en de vrek

Dit stukje herinner ik me van de Lagere School maar weet de juiste tekst niet precies.
Het klinkt als een parabel of gelijkenis, over hebzucht en ijdelheid.
Kent iemand het originele verhaal en de afloop? De moraal? De personen?
Een rijkaard daagde eens een als vrek bekendstaande koopman uit: wie zette de beste maaltijd op tafel?
De rijkaard was als eerste aan de beurt. Hij praalde graag met zijn rijkdom en verzorgde een luxueus diner. Niets ontbrak, de schalen werden doorlopend gevuld met de fijnste spijzen. Tevreden zag hij hoe de koopman zich tegoed deed.
‘Wel,’ vroeg hij tenslotte, ‘denkt u dat u dit kan evenaren?’
De koopman glimlachte slechts.
Op de dag dat hij zelf gastheer was zag de rijkaard dat er niets klaar stond. ‘Wat eten we?’ vroeg hij verbaasd.
‘We halen het zo vers mogelijk in huis. Kom.’
De koopman nam hem mee naar de markt, naar de vishandel.
‘Is de vis vers?’vroeg hij de visboer.
‘Meneer,’ was het antwoord, ‘net gevangen en zo zacht als boter.’
‘Dan kunnen we net zo goed de boter nemen,’ zei de koopman en liep naar de zuivelkraam. ‘Is het goede boter?’ vroeg hij en opnieuw kreeg hij een gunstig antwoord. ‘Meneer, gemaakt van de fijnste olie’.
‘Ja, laten we dan maar olie nemen.’
Bij de oliekraam.  ‘De zuiverste olie meneer,  helder als water.’
Zo gingen ze naar het huis van de koopman met alleen een kan water.
….?

Advertenties