Wat had je eigenlijk willen worden?


Goeie vraag maar een antwoord?
De ideeën waren, zoals van veel jonge mensen, niet altijd duidelijk. Hoogstens hadden we vage plannen, een vastomlijnd doel is maar enkelen gegeven.
Daar doorleren na de MULO geen optie was, wachtte ik af tot na het eindexamen, dan zag ik wel verder.
Wie weet kwam er een mooie baan voorbij.
Of een interessante advertentie voor het een of ander, geen idee voor wat.
Een prins.
Iets in de zorg leek me wel wat, met een gerichte vervolgstudie.
Actrice was een eerdere keuze, helaas speelde verlegenheid me parten.
Intussen schreef ik, verhaaltjes, versjes, zwijmelgedichten over Elvis, verscheurde ze en stopte daarmee. Beeldene ‘kunstwerken’ gingen de kachel in.
Zo ging dat.

Wat ik werkelijk wilde worden wist ik pas na het grootbrengen van ons gezin.
Beetje laat en wat ik voor ogen had? Dat houd ik voor mezelf.

Advertenties

Spiegelen

In de nieuwsbrief Meertens Instituut    staat de rubriek vraag-van-de-maand
Daarin komen grappige maar ook interessante artikelen voorbij. Over het kinderspel knikkeren bijvoorbeeld, de Rattenvanger van Hamelen, uitleg van een spreuk, zwartwerken, enzovoorts.
Het onderwerp  waarom-pas-ik-mijn-tongval-aan-aan-die-van-mijn-gesprekspartner wat wij spiegelen noemen, is er een van.

U kent het vast wel, spiegelgedrag.
Het is bij veel mensen bekend hoe makkelijk het gaat: iemand -ongewild- napraten.
Zelf heb ik de grootste moeite niemand voor de gek te houden, dat wil ik niet. Toch zijn er een paar kennissen die ik liever  niet aan de telefoon krijg.
Iemand met een zangerig Zuid-Limburgs accent beantwoordde ik prompt met:  goedemòòòògge H.
Met een oude Zaankanter ging ik ook mee: Met main issut goed hooor,  en-mit-jouw?
Een man die licht stotterde durfde ik niet eens aan te horen en een exvrijer die loenste nam ik maar niet mee naar huis. Minstens één zus zou haar ogen verdraaien, niet eens met opzet.
Waarom doen we dat? We willen immers niemand kwetsen?
Mathilde Jansen zegt er dit over:
‘… over het algemeen passen taalgebruikers zich onbewust aan elkaar aan. Bijvoorbeeld in de uitspraak. Toen ik als geboren en getogen Texelaar in Nijmegen ging studeren, nam ik onbewust de daar gangbare zachte G over. Ik werd erop gewezen door een Texelse buschauffeur, toen ik een weekendje terugkwam naar mijn ouders.’
Zo kan het ook gebeuren dat je onbewust in een gesprek (aspecten van) een Amerikaans accent van iemand overneemt. Door te spiegelen stel je je gesprekspartner onbewust op zijn gemak. Eigenlijk zeg je ermee: wij zijn hetzelfde!’

Misschien heeft ze gelijk, ik weet het niet. Voor mijn gevoel benadruk je juist iemands anders-zijn op een onaardige manier al is dat niet de bedoeling. Wie zal gelijk hebben?
Meer uitleg is te vinden in het stukje over tongval.