Nog even over die voortsnellende tijd

Die probeerde ik in te halen en wat denk je?
Werd ik wakker met ijsbloemen op het raam en bijna bevroren voeten.
Was ik hem gepasseerd.
Dat geloof je toch niet?
In paniek belde ik het KNMI waar ze me uitlachten. ‘Mevrouw, U droomt. Trek warme sokken aan en slaap lekker door.’
‘Neenee, het is de tijd. Die heb ik ingehaald, wie weet hoeveel ik nu voor lig, misschien ga ik straks dood of zo.’
Ze hingen op.
Tja, logisch denken was de enige optie die ik kon bedenken.
Langzaam als een luiaard bewoog ik me de rest van de dag, at traag een lunch (oude slak met druppelsaus) en kookte slow food.
Hap-je na hap-je na hap-je…
En eindelijk, de middag was al bijna om, werd het warmer, de zon draaide naar westzuidwest. Hij scheen en verwarmde mijn koude voeten. De tijd versnelde.
De vorst verdween.
Hij zwaaide nog.

Advertenties

Het gaat vriezen en dan echt

Pas op, aanstaand weekend arriveert de vorst. Houd hem zoveel mogelijk buiten voor je tenen eraf vriezen.
Ik dacht terug aan het eerste jaar van ons trouwen.
Het werd winter en koud.  Door de simpele manier van verwarmen voelde het kouder aan dan we nu ervaren maar het was niet echt een probleem,  we hadden een kachel en elkaar.
Die kachel echter, een kolenhaard, stond in de huiskamer.
De rest van de woning was onverwarmd, alleen in de douchecel hing een elektrisch wandkacheltje.
In de slaapkamer was het stervenskoud, de lakens en kussens voelden aan als ijsplaten; in bed stappen stond gelijk aan een duik in de Poolzee en aan kruiken dachten we niet. We dachten eigenlijk nergens aan behalve aan ons tweetjes.
Alleen die koude slaapkamer viel tegen.
Het beste was om de ander het eerst te naar boven te laten gaan zodat je in een voorverwarmd bed kwam.
Zodoende hadden we iedere avond het voorrangprobleem:
‘Ga jij maar vast naar bed, ik kom zo.’
‘Nee hoor, ik wacht wel.’
En ritsen was geen optie.