fatsoenlijk.

Een net oudje

Kind, dat is toch een leuke jongen? Ziet er keurig uit, netjes geknipt.
Wie had je bij je gister? Zo te zien een fatsoenlijk meisje, net gezin zeker?.
Waarom draag je die broek niet vaker, staat je zo keurig.
Zucht.
Complimenten als keurig en netjes deden me meteen naar boven vliegen om me te verkleden.
Fatsoenlijk, grrrrr. Vreselijk, afschuwelijk, ijselijk, dit soort woorden eindigen niet voor niets op -lijk: je wilde zo nog niet dood gevonden worden.
Het waren woorden die we associeerden met stijf en truttig, braaf. Fantasieloos en niks durvend. Een soort engel.
Hoewel ze zelf juist een vlotte vrouw was had ze liever volgzame dochters maar ja, vroeger waren ouders altijd bang voor onverhoedse zwangerschappen.
Dat begreep ik later.
Bij het volwassen worden veranderde ik niet echt. En nu ik oud ben nog steeds niet helemaal.
Maar er is verschil.
Afzakkende schoudershirtjes, zwarte mascara, te strakke rokjes met brede ceintuurs, vreemde kapsels, het is er niet meer bij.
In de spiegel zie ik een gewoon gemiddeld vrouwmens.
Ongeveer vijftig procent,  veertig misschien, maar zéker dertig procent van die nette dochter ben ik dan toch geworden. Uiteindelijk.
Jammer dat Moe het niet meer ziet.
==
geboortegrond

Aarden. Of niet?

Wat doet sommige mensen zo sterk hechten aan hun geboortegrond?
Oké, ze hebben er meestal hun jeugd doorgebracht, school gelopen, zijn er verliefd en volwassen geworden. Maar dat zijn belevingen die je niet meer terug vindt.
Toch willen ze per se in hun eigen gemeente trouwen en wonen of er, in latere jaren, hun oude dag doorbrengen. Terug naar hun roots, heet het dan.
Zelfs van emigranten ken ik er die hun nieuwe huis en tuin zoveel mogelijk modelleerden naar die in hun moederland want dan voelden ze zich ‘thuis’.
Is het het landschap? De omgeving? Het dialect? Traditie (mijn achteroveropoe is hier nog geboren)?
Alle antwoorden zijn goed tot je ze weerlegt. Behalve de laatste zijn eigenschappen van de overige argumenten overal te vinden, zeker in eigen land.
Wat speelt er dan mee?
Ik denk dat het iets eigens is, iets onbenoembaars, een gevoel, te vergelijken met de pannenkoeken-van-je-moeder, en dat de ene mens dat makkelijker achter zich laat dan de andere. Ik roep maar wat want het is moeilijk te beoordelen.
Een vroegere vrijer kwam uit Rotterdam en zou nooit, NOOIT van zijn leven in Amsterdam gaan wonen. Van een Amsterdamse zwager hoorden we precies hetzelfde maar dan andersom. Tja, wat konden we daar op zeggen. We begrepen het niet.
Zelf ben ik Zaanse en op mijn veertiende in Oost-Brabant neergezet.
Het is niet onaardig gelukt: ik sloeg aan.