Wat doen we met de spullen?

 Dit  spreekt me aan.
Iedereen die ooit een overvolle nalatenschap heeft moeten uitzoeken en opruimen weet het, de helft (of meer) van de spullen kunnen weg maar je voelt je niettemin schuldig en leurt bij familie tot in de tiende graad:  kun jij die ouwe speldjes gebruiken?
We maakten het een paar keer mee. En waren blij met de hulp van een nuchter-denkende zoon/dochter die adviseerde; kleding naar de container,  wandversiering en andere prullaria naar de belt, leeswerk uitstallen voor de liefhebbers en wat overschiet naar een rommelmarkt. Geld, sieraden en waardevolle stukken daargelaten maar degenen die zoiets bezitten hebben waarschijnlijk een beschrijving of testament.
Door onze meemaaksels op dit gebied waren wij al eerder begonnen met het bekijken van huis en inhoud.
Bij een paar kasten hebben we ons afgevraagd: wie zou dit vest nog willen al was het een duur ding? Dat kistje met medailles? Mijn map met oude verhaaltjes? Die sexy jurk? En de meeste dingen weggegooid.
Ik leerde van, bijvoorbeeld, een paar ingebonden uitgaven van een oud tijdschrift uit de jaren 1949 tot medio ’50. Dacht iets interessants in huis te hebben maar was de enige die ze las, man noch kinderen keken er naar om. Exit tijdschriften.
Zo kom je dingen tegen die je echt beter weg kunt gooien.
En dan de vliering, kelder en garage nog. Kapotte apparatuur en gereedschappen, pannen met één oor, wrakke bureaus, zakken vol carnavalskleren.You name it.
Het enige wat ik bewaar is mezelf.
Daar heb ik nu nog geen bestemming voor.

 

Advertenties

Oude spullen

Dit logje uit 2004 is blijvend actueel,  zeggen mensen om me heen.
De vliering staat nog steeds half vol, nu met nieuwe oude spullen. Echtgenoot is niet meer. Andersom was me liever geweest maar waarschijnlijk hadden we dan weer andere oude spullen.

Daar zit ik dan, klaar om op te ruimen.
Links van me ligt een oeroude GSM. Hij doet het nog.
Rechts ligt een nieuw mobieltje. Hij doet het beter en nog veel meer.
Op een plank staat een gewoon telefoontoestel waarvan de indertijd hooglijk gewaardeerde eigenschappen (Handsfree! TIEN voorkeuzenummers!) volkomen achterhaald zijn.
Vóór me staat een nieuwe pc met alle toeters en bellen, eenvoudig te bedienen door zelfs de grootste elektronische minkukels.
Op de grond staat de oude pc met de gecrashte harddisk.Hij doet het niet meer.
Op een schap huist de nieuwe CDspeler naast de oude die nagekeken moet worden. Dan zou ‘ie het weer doen.
In de keuken speelt de radio, de vorige staat kapot in de kast.
De vliering is een opslagplaats van platenspelers, wisselaars, bandrecorders, cassetterecorders, videoapparatuur, televisietoestellen in diverse maten, stereocombinaties en tientallen andere ooit begeerde ontspanningsdingen. Zij doen helemaal niks meer.

Ik kijk naar de luie stoel. Daar zit mijn echtgenoot die naar mij kijkt terwijl ik dit stukje typ op het nieuwe keyboard. Hij denkt waarschijnlijk ook aan alle afgedankte spullen.
Ik lach naar hem: wees maar niet bang schat, ik zal jou niet op de vliering zetten.
Hij lacht terug: waarom zou je ook, ik doe het nog.

Kerstverhaal no 3. Laatste.

De kerststal

Op de vliering, verborgen in een donkere hoek,  staat de oude kerstgroep. Een jaar of tien  jaar geleden in een doos verpakt en, ocharme, finaal vergeten.
Binnenin klinkt voorzichtig geritsel, een nies en een hartgrondige gaap.
Een stem: ‘We slapen deze keer wel erg lang’ en ‘wil je alsjeblieft andersom gaan liggen, je blaast in mijn nek.’ Een mompelende snuif antwoordt. De rust keert weerom.
Na een kwartier wordt er opnieuw geritseld en geniesd, nu luider. En door elkaar gepraat.
– hoe laat is het eigenlijk? – moeten we niet naar beneden? – waarom halen ze ons niet op? –  steek eens een kaars aan –  Allen zitten rechtop, behalve de dromedaris die suffig voor zich uit staart. Hij is eenzaam als vreemdeling en verlangt naar de karavaan.
‘Ahummm’. De koningen zijn wakker. ‘Aan mijn baard te voelen liggen we hier al enige jaren, ik vrees dat we niet meer nodig zijn.’
‘Echt waar? En nu?’ Jozef kijkt hulpeloos naar zijn vrouw, initiatief nemen is niet zijn fort. Gapend en de baby wiegend knikt Maria hem toe. ‘ Goedemorgen Joz. We moeten iets bedenken, ook voor de dieren.’
Prompt begint de ezel te balken. ‘Nou wordt’ie mooi, zo dom zijn we niet.’  Beledigd slaapt hij verder of doet alsof. De os sluit zich bij hem aan, de schapen volgen, uiteraard. ‘Doe maar rustig an,’ maant de opperherder ‘wij passen wel op.’ De dromedaris snapt er nog steeds niets van en snuift.
De koningen, Jozef en Maria aarzelen.
Maria begint. ‘Eerlijk gezegd vind ik het gemeen om ons voorgoed af te danken. Juist door de kale plekken en butsen zijn we zo echt.’ Melchior valt haar bij. ‘Precies. Wat stelt die ster dan nog voor en de cadeaus, ze staan hier te vergaan…’  Verdrietig zitten ze rondom een slapend Jesusje; de mirre, wierook en goud op een hoop voor de kribbe. ‘Slapen dan maar?’
Maria kijkt hen een voor een aan. ‘We doen het zo…’
Ze luisteren, gaan weer liggen. Hun tranen vergieten ze in stilte.
===========

‘Pap, de vliering lekt’. Papa lacht en leest verder.
‘Pàp, kom dan…’  Toegeeflijk loopt hij mee naar de slaapkamer en inspecteert het zogenaamde lek.  Verrek, het is waar, een vlek in het plafond. Geschrokken gaat hij de vlizotrap op, zoekt  en vindt de doos met kerstbeelden. Doornat.
Verbouwereerd neemt hij de vergeten beeldjes ter hand, strijkt met de vingers over haren en kleertjes, aait ontroerd het kindje en de schaapjes en ach, zo zoet zijn de weerkerende herinneringen.
Voorzichtig brengt hij de doos naar beneden. ‘Kijk,’ legt hij uit,  liefdevol de beeldjes droogwrijvend met een zachte doek,  ‘dit is een herder, dat is een dromedaris die met de koningen kwam, naar de stal van de os. We zetten ze onder de kerstboom met een extra kaars.’

Maria knielt naast de kribbe met baby Jesus, gepoetst en glanzend. Jozef aan de andere kant, herders en schaapjes verspreid tussen os en ezel.
De koningen wachten op de achtergrond met een snuivende dromedaris die zich eindelijk geaccepteerd voelt. ‘Als een zon, dat mooie kaarslicht,’ denkt hij tevreden.
‘Pap kijk, ze lacht!’
Alle beelden horen het en glimlachen verstolen naar hun slimme Maria.

© Bertie