Rondje om de aarde. Toepasselijk oudje bij storm.

Het stormde; een taaie wester die de meeste mensen binnen deed blijven.
Overdreven leek me maar toen ik voor een boodschap naar het dorp ging waaide ik van lantaarnpaal naar bushalte naar stopbord, waaraan ik me telkens vastklampte. De wind was sterker dan ik verwachtte.
Tenslotte verloor ik.
Ik vloog de lucht in, samen met een paar andere overmoedigen.
Hah! Niets konden we uitrichten tegen deze windkracht.
We werden op een kluitje geblazen en vlogen naar het oosten. Angstig grepen we elkaars handen, keken fronsend naar het Ruhrgebied onder ons en waaiden verder. Boven Polen kwamen we in een wolk van zloty’s terecht; we staken er geen vinger naar uit, verbaasd als we waren dat ze nog in gebruik waren al was het maar door de wind.
De storm joeg ons door, almaar door, we zagen Moskou; Russen zwaaiden naar ons, ze leken het heel gewoon te vinden dat er een trosje mensen door de lucht vloog. Even dachten we Poetin te herkennen maar het was iemand anders met een muizengezicht.
Een lid van ons groepje begon te klagen over de kou; inderdaad had hij ijspegels aan zijn neus hangen maar we wisten niet beters te doen dan zijn colbertje dicht te knopen. Wie had ook gedacht dat we de lucht in zouden worden geblazen?
De storm liet niet af.
De Beringzee kwam in zicht.  Mijn god, de kou golfde op ons af en we doken diep in onze kragen. Ach, steunde een man, was ik maar bij moeders thuis gebleven. Hij werd er niet warmer van.
Canada. Sneeuw, ijs en nog meer wind, zowel Franse als Britse maar de laatste had meer kracht en blies ons de oceaan over.
Ierland, Engeland, een piloot van een Ryan Air toeterde en stak zijn hand op. We knikten, onmachtig terug te zwaaien met onze verkleumde armen.

En toen, toen ging hij liggen, heel zachtjes en we landden voorzichtig in de straten van ons dorp.
Op de tenen liepen we naar huis, bang hem weer wakker te maken.
==========
==========
Krachtige windstoten
   

Advertenties

Zomerpraatje


Dat heb je in de zomer, lange avonden die heel kort zijn.

Buiten zitten, soms nog wat vegen of plukken, voor een boek is het niet altijd licht genoeg of de sfeer past niet bij het verhaal. Wanneer je uiteindelijk naar binnen verhuist is het laat en de avond opeens om.
Ik houd er wel van, het duurt maar een paar maanden en die buit ik uit; bij regenweer is er het afdak, tuindeuren kunnen openblijven. Heerlijk.
Niet iedereen is gecharmeerd van deze avonden. Een van de zussen vervloekte ze al na één week, ze werd ongedurig en sloot het liefst om 9 uur ramen en gordijnen, warmte en zweet negerend. ‘Het wìl maar niet donker worden’, foeterde ze.
Ook de warmte is niet altijd welkom en vliegen nog minder.
Er zijn mensen die zon, vliegen en hitte ontwijken door binnen te blijven in een koele ruimte.
Eens logeerden we bij een stel dat de hele zomer in zo’n koele kamer bivakkeerde. Geen zon, geen vliegen, geen hitte, jubelend zaten ze de hete zomer te trotseren met een kopje koffie. ’s Avonds verkasten ze naar de televisiekamer waar eveneens alles zorgvuldig gesloten was maar wel een fles wijn geopend werd waardoor we het nog benauwder  kregen.
Na twee dagen ontploften we zowat. Naar buitenlucht snakten we, op de fiets een lauwe wind voelen, langs de Maas rijden, koude biertjes drinken op een terras, desnoods met een zweetlaagje.
Hoe anderen het ervaren weet ik niet maar in een afgesloten halfdonkere ruimte voelden we ons opgesloten. Onprettig.
Ongezellig. Opgedreven. You name it.
Mocht ik werkelijk last hebben van de zomer zet ik wel een luie stoel en leeslamp  in douchecel of badkamer. Eventueel maak ik plaats in de ijskist.
Gegarandeerd koel.