Vers vlees

Krokodil is het leven tussen dikke boomwortels in duistere rivieren  een beetje zat. Hij heeft zijn zinnen gezet op een strand.
Het beeld van mensen en honden die luierend in de zon liggen en spelen, praktisch voor het grijpen fascineert hem.
Hapklaar eten bij de hand, geen gedoe met knopen en ritsen en schoenen die hem obstipatie bezorgen, een paar lapjes textiel  kan zijn maag wel aan.
Hij vertrekt.
Nagefloten door familie en medebewoners. Alleen zijn moeder lacht niet, haar ogen lopen vol maar wie maalt er om dat soort tranen.

Na een paar dagen nadert Krokodil de zee.
Hij kijkt links, naar rechts. En daar ziet hij zijn gedroomde luilekkerland.
Watertandend bekijkt hij de badgasten, reeds voorgebakken in alle tinten bruin.
Voorzichtig sleept hij zich naar een lege plek in ondiep water, geen opzien baren, weet hij.
Hij rolt  zich op de rug en rust uit, genietend van zon, zee- en mensenlucht, straks een uitgebreide hap, jammie.
Zo valt hij in slaap,  zich bij voorbaat verlekkerend.
krocrocodile-1456511__340
Een eigenaardige stemming maakt hem wakker.
Droomt hij?
Het gebrek aan geluid bevreemdt hem. Vele meters verderop klinkt gemurmel, hij gaat rechtop zitten en wat hij dan ziet.  Nee….
Rondom hem staan nu stalen hekken, in een kring van 125 meter doorsnee. Er  staan mensen, ze zwaaien, sommige schelden. Een paar gooien snoep, roepen dat hij ook rechten heeft.
Iemand strooit kibbeling uit een bakje, hij rilt ervan.  Getver.
Mismoedig zit hij daar.
Zee en strand? Mooi, dat wel maar gratis vlees?
Eén grote blote teleurstelling.
Hij wacht tot de nacht valt, kruipt voorzichtig onder de hekken door en zwemt terug naar huis. Bibberig van de honger.
Zijn opgeluchte moeder beheerst zich bij zijn aankomst en zet hem een rottende olifantspoot voor.
‘Wat een traktatie, dank je mam,’ stamelt Krokodil ontroerd.
===

Kerstvlees

Over een week is het kerstavond.
Wij vieren alleen de avond. Met eten, en praten en drinken  en vullen eventuele pauzes op met nog meer epd.
Muziek erbij, wie weet iets op de televisie. Misschien een spelletje, kaarten of zo.
Klinkt heel decadent maar denk nou niet dat we de hele avond aan halve herten en grote kalkoenbillen zitten te knagen en daarbij liters drank erdoorheen jagen.
Vergeleken bij de reclameplaatjes doen we redelijk matig.
Grotendeels aardappel- en groentegerechten, bijgerechtjes, desserts en fruit.
En vlees, daar verheug ik me enorm op omdat ik het zo weinig eet. Rundvlees en kip. Daarbij een wijntje, misschien chardonnay, biertje. Jammie.
Zozeer verheug ik me dat ik al weken loop te likkebaarden door de slagersafdeling. Ze hebben me vast al horen smakken.
Tja.grass-1088114__340
Principes en je eraan houden, dat lukt niet altijd maar ik verzeker je dat ik ze na deze avond weer ga opbouwen.
Drie of vier keer per jaar eet ik een biefstukje als uitspatting waarbij ik het geweten troost met de gedachte: als iedereen zo weinig vlees at was er al veel gewonnen. Geloof me, als het zou smaken zou ik de koe overslaan en zelf het gras eten.
Maar ja, wie zou dan op mijn kerstmaal komen.
Kerstavond dus.
==

Kersteten

De dag is om.
Ik ben klaar met de dingen voor morgenavond en daar denk ik nu over na.
Half voor de grap maar met een serieuze ondertoon riep ik  ‘Kerstdiner van patat met fricandel en een ijsje toe. Dat is genoeg.’ Meteen hapten een paar mensen.’Jaaa, we doen mee.’
Ik blij, zij blij. Afgesproken voor kerstavond.
Tja.
Huisvrouwenbloed raak je niet kwijt of is het kooklust? Keukentrots? Kijk mij eens?
Dus wederom geshopt voor een paar extra groente-, wijn-  en vleessoorten, bijgerechten, desserts, bier, servetten.
Het tafellaken inspecteren en….
Soms word je moe van jezelf.
-=

Morgen is het Dierendag (Vandaag dus)


Alle dieren, kattigen, hondstrouwen, ezels, uilskuikens, kippigen  en andere semi-dierlijken wens ik morgen een fijne dag toe.   Franciscus  zou het op prijs stellen, hij is de patroonheilige van het spul.
Dat er maar veel spekkies voor de bekkies worden geserveerd.
Geniet van de schattebouten en het huisvee zolang je jong bent, de tijd gaat vlug en voor je het weet word je zelf gevierd op de day after, vijf oktober is het nationale ouderendag 
Tot welke leeftijd moet ik die rekenen? Ik voel ik me nog steeds die snelle leeuwin al vang ik tegenwoordig minder prooien, of collega-ouderen dat ook hebben is me niet bekend.
Hoe dan ook, we zitten ermee.
Je vraagt je af of je er thuis iets aan moet doen, ik wed dat we zelf het gebak moeten leveren.
Ik waarschuw alvast, ouderen een strik om de nek binden of een stuk leverworst voorzetten  is not done. ‘Kijk eens oma…’
Ik hoef enkel een extra patatje met een kroket.
En een lekker dier in de pan.

Aansluitend vers op vorig logje

Toen ik de keuken leerde kennen
met inbegrip van pot en pan
was het makkelijk te wennen
aan het smaakgebruik ervan.
Zaligheid te combineren
groenten vlees en verse sjuutjes
champignons met kaasfonduutjes
en de smaak te reguleren
tot een tongstrelend menuutje.

Nog steeds zal ik met graagte zoeken
in opwindend-zoete boeken
die getuigen van het eten
ondanks dokter’s beterweten.

Net wat je gewend bent

Soepvlees met uitjes, braadworst, speklappen, zult, brij, worstenbroodjes.
Het waren Brabantse vleesgerechten die we kenden van plaatjes en boeken, hoogstens zagen we bij de Zaanse slager iets wat er op leek zoals saucijzen.
De eerste kennismaking was bij klasgenootjes thuis.
Er werd eierstamp opgediend met boter. Of boontjes-aardappels-speklappen met vette jus.
Op feestjes waren er worstenbroodjes (nu immaterieel erfgoed), in ouderwetse café’s werden toostjes met zult rondgedeeld, in boerenkeukens balkenbrij gebakken. En met de kermis was er gegarandeerd soep waarvan het vlees apart werd geserveerd met uitjes. Erg lekker en mals vlees, vooral als het van het bot was.
Mijn vader keek er niet vreemd tegenaan, als boerenjongen zal hij vaker zware en machtige maaltijden gegeten hebben.
Voor ons was het overdaad. We vonden het vet en vooral te zout maar alles went. Toen we het bier leerden waarderen volgde de rest vanzelf.

Eenmaal getrouwd kon ik geen tegenwicht bieden, niets typisch Zaans.
Het zal wel bestaan maar in ons gezin werd zuinig gegeten en vooral mager, we moesten niets hebben van vet en vellen. Misschien dat broeder (meelgerecht in een kussensloop) iets van die streek was, ik weet het niet.
Deuvekater (ook duivekater), Opperdoezers, Weespermoppen en Beemsterkaas zijn wel Hollands maar niet specifiek  Zaans.

Met de jaren veranderde veel, ook de maaltijdmode.
Toch bleven oude opvattingen leven. Een vriendin hoorde ons likkebaardend verslag doen van de fijne biefstuk die een slager leverde. Dat kende zij niet.
Zegt ze later verontwaardigd: ‘Is dat alles?  Ik heb het geprobeerd en flink laten sudderen, we vonden er niks an.’
Precies zo verkeerd als wij het met die speklappen deden.

Alcohol een dikmaker?

Van teveel alcohol wordt je dik, vet, papperig, blubberig.
We kennen de calorische waarde van een glas wijn en sterke drank, we weten dat een glas bier gelijk staat aan een paar broodjes. (hoeveel eigenlijk?)
Het is bekend.
Wat ons verbaasde waren de graatmagere lijven van een groepje alcoholisten dat we kende. Het waren geen onderkomen zielepoten die op straat leefden, integendeel, ze woonden in een gemiddeld huis, een paar hadden vrouw, kinderen en een baan (die ze op de duur kwijtraakten), ze werden verzorgd en hadden een normaal eetpatroon.  Ook in die beginperiode werden ze niet dikker.
Wanneer ze te ver afgleden aten ze minder en minder tot ze alleen nog dronken.  Je zou verwachten dat ze zwaar werden van al die caloriën, in plaats daarvan vielen ze af en gingen er bloedeloos uitzien. Pas na een ontwenningskuur kwam er weer wat vlees aan en kleur op.
Daar snap ik niets van.
Hoe werkt dat eigenlijk?

Over marineren van vlees

Vlees eet ik niet altijd, een enkele keer een biefstuk of kippenboutje wat ik in de pan gooi met boter, zout en peper.  Makkelijk, smaakt overal bij en het is nog lekker ook.
Voorheen deed ik er meer moeite voor, vooral als het hele gezin bij elkaar was. Lekkerbekken zijnde zaten ze watertandend met vork en mes in de aanslag te wachten op wat komen ging.
Hoe meer hoe liever en graag veel vlees.
Dat kregen ze.


Vlees verwerken is een dankbaar werk omdat er veel mogelijkheden zijn er iets meer van te maken.
Marineren is er een van
Zoveel hoofden, zoveel marinades. maar vaak komt het neer op kruiden, mosterd, uien en wijn/azijn. Soms bier.
Zelf ken ik nog cola(lekker) en fruit, bij varkensvlees en kip een flinke lepel sambal oelek.
Maar koffie, melk, thee? Nee daar zou ik nooit op gekomen zijn.
Op deze site  lees je over andersoortige marinades en waarom ze gunstig zijn.
Misschien voor U bekend, voor mij nieuw.
Eet ze.