Parasol en vlaag

Vanmiddag kwam er een parasol aangewaaid.
Terwijl ik het eten kookte zag ik hem vanuit een ooghoek langs het raam vliegen en landen.
Een met kleurige banen die zielig op zijn zij lag tussen doornappels en stokrozen. Hij kwam me bekend voor.
De aardappelen latend voor wat ze waren ging ik het bezoek verwelkomen, je krijgt niet vaak een parasol op visite.
‘Lig je lekker?’ vroeg ik
‘Niet echt,’ steunde hij, ‘ik heb geen voet om op te staan.’
‘Zal ik je rechtop zetten?’
‘Graag, ik word doodmoe.’
Hij paste precies in het gat van de oude tuintafel. ‘Zo goed?’ Hij knikte en deed verslag:
‘Ik stond lekker in de zon toen een vlaag me meenam voor een trip, bijna tot aan het dak!’
‘Goh,’ antwoordde ik, geïmponeerd, een mooi verhaal verwachtend, ‘dat was zeker wel spannend?’
‘Nogal, ja, maar toen hij hogerop ging liet hij me vallen.’ Verongelijkt wiebelde hij heen en weer.
‘O jee, je weet toch dat vlagen met alle winden meewaaien?’ berispte ik hem ‘En nu?’
‘Ik wil terug maar je zult me moeten brengen. Ik woon bij de buren. Wil je me over de schutting zetten?’
Ah, vandaar dat ik hem kende.
Voorzichtig klapte ik hem dicht en zette hem zachtjes in de buurtuin naast de rozenstruik; zijn ene been een stukje de grond induwend.
‘Alsjeblieft, nu kan er niets meer gebeuren,’ troostte ik hem. ‘Geen vlaag die je nog te pakken kan krijgen.’
Hij gaf geen antwoord.
Eigenlijk zijn parasols maar slome dingen
===

Waar is….

En wéér was er iets kwijt.
Ik miste de kleine koekenpan, een groot mes, een tafelmes en en een koffiemok.
De pan was gauw gevonden, die stond op de gewone plek. Ik had er overheen gekeken.
De koffiemok had ik ook gauw te pakken, stond nog buiten met een dessertbordje (had ik nog niet gemist) en het tafelmes. Samen met een verfrommelde tissue.
Het grote mes echter baarde me zorgen. Ik kon me met geen mogelijkheid herinneren waar ik dat gelaten had.
In gedachten ging ik terug. Sla gesneden en een ui, de gewone dingen, maar hoe ik ook piekerde, er verscheen geen mes.
Vreselijke visioenen kwamen op.
Bewustzijnvernauwing en iemand doodgestoken? Kat geslacht? Waarschijnlijk niet, er waren geen bloedspatten.
Beginnende aftakeling? Heb ik met het mes boodschappen gedaan? En waarom? Heeft iemand het me afgenomen? Dan kon ik elk moment de politie verwachten.
Onder bed verstopt in een vlaag van paranoïa?
Een dievende onverlaat die nu rondsloop om me te vermoorden?
Moe van dit achterlijke denken kreeg ik eindelijk een logische inval: de vaatwasser, er valt wel eens wat tussen de rekken.
Daar lag het mes. Op de bodem.
Pffffffff.
Ik had een ontspannen boek nodig om bij te komen.

Het is niet dat ik een chaoot ben, integendeel, alles heeft een vaste plaats.
Het is gesuf. Lees ik een boek dan vergeet ik de tijd en andere dingen. Waarschijnlijk heb ik een paar hoofdstukken gelezen voordat ik de afwas opruimde.
Ik geef het node toe maar mijn moeder had wel ’n beetje gelijk als ze me een doos zonder deksel noemde.
Maar misschien leer ik nog bij.