Vakantieliefde, heel lang geleden

En wéér is de nacht zwoel en romantisch.
Ik zucht, de liefde verveelt me. Deze althans.
‘Zullen we,’ begin ik ‘het strand links laten liggen en meteen doorlopen naar de patatkraam?’
Loensend kijkt hij me aan. Aarzelt.
‘Zeg het maar,’  nood ik.
‘Jaaa, eigenlijk deed ik dat ook  het liefst.’ Verontschuldigend klinkt zijn stem. ‘Maar…’
‘Maar wat?’
‘Het klinkt zo, eh, zo harteloos. Je bent nog steeds een schatje hoor.’
Zoekend naar woorden denk ik na.
Vraag:  ‘Als we alleen samen eten,  hebben we dan nog een relatie?’
Nu is het zíjn beurt. ‘Eh, volgens mij niet. Vind je dat erg?’
Opgelucht haal ik adem. Wat is er mooier dan etend een vakantievrijer te dumpen?
‘Kom op,  naar de vettent!’

Vijf uur, etenstijd

Hongerig kwam ik langs de vettent. Ik stopte niet, dat doe ik nooit. Braaf snelde ik naar huis met de sla en tomaten en een tas vol andere karige voedsels.
Daar maakte ik de gezonde maaltijd die goed voor me is. Op smaak gebracht met kruiden. Afgeblust met een kop thee, groene uiteraard. Zonder zoet.
Een restje magere yoghurt diende als toetje.
Eén moment sloeg de twijfel toe bij de brie: plankje maken? Nee…
Tis moeilijk, soms.
Door elkaar genomen eet ik goed, gezond, smakelijk en genoeg.  Ik houd van rauwkost en groentes, eet graag zure yoghurt,  frisdranken zijn niet aan me besteed. Snoepen is er niet bij, koekjes zijn voor de visite.
Maar zo af en toe, bij het zien, ruiken of horen van patat, dan loopt het water me in de mond. Het achtervolgt me tot in dromen, echtgenoot nam de logeerkamer omdat ik patat uitademde, ik kon er niets aan doen. Patat en de bijbehorende vettigheden, kroketten en berenhappen en slaatjes met uitgedroogde eieren,  you name it, ik ben er verzot op.
Ik ben geen deskundige maar geloof dat het een link is naar de tienertijd. Cafetaria’s waren de ultieme plaatsen om bij elkaar te komen en naar herriemuziek te luisteren, toen we nog te klein waren voor concerten.
Terwijl Moe het slechte plaatsen noemde met verkeerd voedsel en ons koppig bloemkool voorzette.
Zodat we voor altijd de zin naar friettenten met reuring en gelijkgestemden bleven behouden. En naar patat.
Ze wist niet beter. Wij ook niet.

koken en vakantie

Schat, ga jij even naar de bakker? Het brood is op.
– Okee.. tot zo.
Ben je nou al terug?
– De bakker is met vakantie en de supermarkt is op slot.
Echt waar? Nou, dan leen ik wel wat bij de buren. – Krijg nou wat,  links en rechts zijn ze niet thuis.
– Zullen we een aardappelsalade maken? Smaakt toch ook?
Goed idee maar de piepers zijn op.
– Dan haal ik een zakje. – Barst. De groenteboer is  met vakantie…
Nou zeg, dat  valt me tegen. En de slager? Voor een biefstukje.
Ben al weg. – Nope. ik vraag me af of we nog wat te eten krijgen vandaag.
Ach wat, we hebben elkaar toch?
– Klopt,  je bent om op te eten, jammie…  maar de vettent is ècht lekker.