Pukkie – Puk

Pukkie is een onooglijk tekkeltje.
Niettemin voelt hij grootse daden in zich opwellen bij het aanhoren van buurvrouws klaagzang.  Haar verlangens raken hem diep.
Jankend van medeleven trippelt hij in de gang heen en weer tot ergernis van zijn baas.
‘Wat een vervelend gedoe,’  foetert de laatste tenslotte, ‘moet je echt zo nodig? Ga dan maar.’ Hij zet de deur open.
Opgelucht vliegt Pukkie naar buiten, snuffelend langs schroeiende sporen vindt hij tenslotte  het  weeklagende buurvrouwtje.  Haar dankbare blik ontroert hem en met overgave verricht hij een van zijn allerbeste werken.
Voldaan (beetje rare uitdrukking in dit geval maar zo voelt hij het)  keert hij huiswaarts.
Heroïsch loopt hij de inrit op, kop omhoog, tevreden nasnuivend.
Zijn baas, die hem  opwacht, verbaast zich zeer.
‘Hé Puk, je bent gegroeid…’

Advertenties

Ach, die dromen…

Vannacht werd er een feest gehouden
helemaal voor mij alleen
met taart en ijsjes en de vetbaas
gaf me zijn frituur te leen
sjongejonge wat een slemp-
en orgiastisch zwelgfestijn
bijna schrok ik er van wakker
voorzag reeds hongerig chagrijn
maar de droom was me genadig
bood een flinke uitbuik-tijd
waarin ik keurig af kon wassen
en nagenoot van’t vreetjolijt.