Bloggen, toen.

Deze schoonheid stuurde ik  maar alle bekenden  en plaatste hem op de allereerste weblog.  Bewegende plaatjes waren een ramp  maar dit stuk chagrijn vond ik zeer geslaagd.
Waarom?  Wat een mens beweegt weet hij vaak zelf niet.

Een weblog was iets nieuws en spannend. Kon ik voldoende verhaaltjes verzinnen? Of columns? Nieuwtjes? Grappen? Hoe vulden ervarener bloggers hun site?
Het bleek niet moeilijk, rondneuzend zag ik letterlijk van alles voorbij komen, ik hoefde niet bang te zijn uit de toon te vallen maar na een paar maanden wilde ik dat juist wél.
En dat lukte natuurlijk niet, je bent nooit de enige met iets leuks of moois.
Tenslotte had ik daar vrede mee.
Het wende, werd gewoon iets wat erbij hoorde en is dat nog steeds. Een paar keer stapte ik over naar een nieuwe provider, kwam weer terug, ik wilde Bertjens niet missen.
Terugkijkend op een paar vroegere logjes bespeur ik veranderingen, minder van alles, spontaniteit is er haast niet meer bij. Dat krijg je als oude vrouw, ik moet oppassen niet te verzuren, af en toe delete ik stukjes waar ik zelf humeurig van word.
Ik neem aan dat ook andere bloggers niet meer dezelfde zijn als 15-20 jaar geleden.
Dus we begrijpen elkaar.
Hoop ik
==

 

Wolk

Deze foto is een jaar of 8 oud,  toch bekijk ik hem nog vaak.
Om de eigenaardige wolken die aan rook doen denken,  of sluiers, een verre brand, de sigaren van vroegere ooms.
Met wat verbeelding kun je er manipulatie in zien.
Zelf vond ik het gewoon mooi.
Een meteoroloog kan het uitleggen, voor mij was het de zoveelste spannende wolkenlucht.
Ook in de bergen zie je soms de wonderlijkste vormen,  en vlak voor onweer, verschillende weersomstandigheden roepen dat op.
Een complot kan ik  zelf wel verzinnen maar wie zou me geloven. 😏
==

Zelf-beeld

Toen de televisie voor de derde maal uitviel gooiden we hem weg.
‘We verzinnen zelf wel wat,’ zei echtgenoot.
‘Toneelstukje?’ stelde ik voor want ik ben dol op verkleden en rare typetjes.
‘Goed idee, me Tarzan you Jane?’
Great!
Terstond hulde ik me in het vel van onze tijgerkat. ‘Is dit wat?’
Man keurde. ‘Is het niet te klein? Buk eens.’
Ongeduldig riep ik hem tot de orde. ‘Niet zeuren. Wat trek jij aan?’
‘Euh, we hebben de hond nog.’
Prima, het beest had de juiste kleuren.
Zo speelden we jungletje tot de avond om was.
Zwaaiend van lamp naar bovenkast met kreten en al.
Genieten, beter dan welk programma ook.
Maar dat slachtafval…

Zo kan het ook


Behalve flauwekul valt er ook wel eens iets anders te vertellen. Niet diepergaand, wel naar waarheid.
Een van de zussen had een tuintje met een oude, wijdvertakte perzikenboom  waaronder niets wilde groeien.
Bij een bezoek zagen we zus springend heen en weer lopen onder de takken; nieuwsgierig vroegen we wat er aan de hand was.
‘M. heeft hier dat oude matras begraven maar niet diep genoeg. Het blijft veren. Hoelang blijft dat zo?’
Nou ja…  goeie smoes.
Zoiets kun je niet verzinnen.
Ik snap het wel. Een overtollig tweepersoonsmatras met springveren, loeizwaar en niet te hanteren, teveel sjouwwerk om het weg te brengen, dan is de gedachte aan een stuk ongebruikte grond helemaal niet gek. Praktisch naast de deur, een of twee spaden diep en hupsakee.
We vonden het slim.