Het nieuwe donorregister per 1 juli 2020


Wat te doen.
De zaak blauwblauw laten betekent dat je na je dood automatisch het etiket krijgt ‘Geen bezwaar tegen orgaandonatie’.
Dat is het meest eenvoudige en doodmakkelijk, eventueel kun je het altijd nog veranderen.
Zelf overdenk ik het liever van tevoren. Mijn ideeën zijn niet hetzelfde als die van jaren her.
Lang was ik overtuigd van de gulheid omtrent mijn lijf: ze mogen alles hebben wat bruikbaar is.
Intussen ben ik voorzichtiger geworden.
Dacht ik altijd een realiste te zijn bekruipt me nu een unheimisch gevoel, bang nog niet helemaal dood te zijn als ze me uit elkaar halen.
Cru gesteld: je zou maar bijkomen zonder hart.
Ik weet dat het onzin is, maar dat niet alle lichaamsdelen tegelijk sterven vind ik een akelig idee.
Stel je voor.
Hart gaat traag, trager. Hersens bijna.
Dokters met geslepen scalpels staan klaar op de achtergrond, ze loeren. Je voelt het ondanks je halfdode staat, je pept je hart nog even op en longen piepen bangelijk, je wilt roepen maar je stem heeft het al begeven…
Dit is natuurlijk een raar scenario, ik weet het, maar zo ongeveer dwarrelt het in mijn brein dat ik nu nog heb maar dan misschien niet meer.
Ik ben er nog niet uit.
Voorlopig koester ik de hoop zo oud te worden dat niemand meer wat aan me heeft. Versleten boel, de scalpels zijn niet nodig.
Een zucht van opluchting is dan de laatste rilling.
==

.

Dorstige ouderen

Mevrouw, dit is een straatonderzoek over het eet- en drinkgedrag onder ouderen, mag ik U wat vragen?
— Ja hoor vraag maar op.
U bent nog steeds slank, volgt U een dieet?
— Nee.
Hoe doet U het dan?
— Ik eet en drink.
O ja?
 — Dagelijks een half sneetje brood en drie portjes bij de lunch, soms vier.
O my god…
 — Als tussendoortje een paar rumbonen. Een matige avondmaaltijd, daarna komt de rest van de  port op tafel. Mijn man heeft liever een jongetje, de lieverd. Hij leeft ’n beetje in het verleden.
(Slik)En U voelt zich goed?
  — Naar omstandigheden. Op je tachtigste schuurt het hier en daar, dat is begrijpelijk hè.
Ja, dat zal wel. Lijden Uw hart en bloedvaten hier niet mee?
  — Nou, dat weet ik niet hoor, dat is aan de huisarts. Ik ben kortademig, heb moeilijke voeten, vergeet wel eens wat, net als mijn  moeder en opoe. Heel zielig, ze waren nog wel zo braaf, de stumpers. Maar goed, ze stierven in fatsoen.
Bent U niet bang voor een ziekelijke oude dag?
  — Jongen, ik bèn ziekelijk en oud en voor de helft versleten. Moet ik soms de evenwichtsbalk op?
Nee, maar toch, zo zorgeloos met Uw lichaam om te gaan….

— Vino pellite curas*
Eh, pardon?
  –Dat leer je nog wel. Dat hoop ik voor je.

  ==========
*Verdrijf de zorgen met wijn. – Horatius