verhaaltje

Verhaaltje voor het slapen gaan

Waarover zal het gaan?
Spannende dingen? Zoet maanlicht?  Over gewone dingen als deuren nalopen, nachtgoed zoeken, tanden poetsen, laatste plas, nog even het net op?
De laatste optie kan beroerd aflopen, in verhaaltjes zijn de onderwerpen eigenzinnig, ze onderwerpen zich juist niet.
Stel, je loopt de deuren na.
Het eerste slot gaat soepel maar piept. Wat? Hoe kan dat? ‘Pie-ie-iep’, dwingend. Je tuurt in  het sleutelgat , een oog staart terug, je schrikt je lam van de paarse pupil die gif uitstraalt. En dan moet je je tanden nog poetsen, met die enge borstel….
Dan ga je toch niet meer vertellen over gewone dingen?
Neenee, ik neem de maan waarvan het licht een verrukkelijk parfum uitstrooit en alle verliefden samenbrengt in een roes  van zoete vrijpartijen waarin ze zo hard zuchten dat zij bijna stikt en hij de ambulance belt en pie-ie-iep… hela, wat is dat nou, komt die van de gewone dingen inbreken.
Spanning is niet aan de orde, daar slaap je slecht van met dromen die spannender zijn dan je bedoelde.
Oké, dan maar een verslagje.
Het is nog te vroeg  om te gaan slapen maar een mens kan er alvast aan denken, hoe hij de deuren controleert en de huisdieren uitlaat, nachtgoed klaar legt op de kruk bij de wasbak en twijfelt over een extra douchebeurt,  de laatste bonbons op het nachtkastje zal zetten, misschien die film zal meepikken of een podcastje luisteren.
En kijk, dan wordt het vanzelf bedtijd.
==
vervolgverhaal

Verliefde buurman l

Hij blijft me volgen

Daar stonden we dan, hij met een innemend lachje, ik geïrriteerd door datzelfde lachje.
‘Sorry Frank, ik heb geen tijd. Geen interesse ook.’  Ik probeerde om hem heen te lopen waarop hij  pal voor het karretje ging staan.
‘Kom op, verdriet duurt niet eeuwig, je kunt toch wel éven naar me luisteren? Ik weet zeker dat we….’
‘Nee. Ga alsjeblieft opzij!’
‘…. een goed stel vormen, jij en ik.’ Hij praatte gewoon door.

Frank was een vroegere buurman die me al jaren aanbad en dat zo overduidelijk liet merken dat we  afwisselend om hem lachten en ons dood ergerden.
Na een verhuizing zagen we hem niet vaak meer; helaas, zodra hij ontdekte dat we uit elkaar  waren en ik op mezelf woonde zocht hij me en trof me meestal in de supermarkt, wetende dat ik vaak boodschappen doe. Drie kinderen eten nogal wat.
Hij gedroeg zich fatsoenlijk zij het volhardend in zijn verliefdheid die, zo bleek, onverminderd sterk was. Hij probeerde me bij elke ontmoeting over te halen een afspraak met hem te maken en drong drammerig aan.
Deze keer was hij erger dan ooit.

©Bertie
wordt vervolgd