versje

Verdord versje

De droogte duurde voort
er was geen frisser oord
geen regen aan de poort
slechts  dorre wind uit noord.

We zagen door de ruit
een spreeuw. Wat dorstelijk gefluit
meer was er niet als buit.
Toen gingen we maar uit

en reden langs de Maas
er liep wat vee te graas
in gras met bruinig waas
de ogen stonden daas.

Het pontje vaarde scheef.
De stroming die het dreef
en langs de boorden wreef
had weinig lust te geef.

We reden terug naar huis
in droge lucht-met-ruis
piepend door het gruis
als een verkouden muis


Het weerbericht was pet:
opnieuw een zonballet.

mineur

Mineur.


In’t stille dal, in’t duist’re dal

waar nooit een bloempje wil groeien…
Je ziet het, een zwarte blik heeft me in zijn greep.
Er is geen reden, enkele kleine dingetjes die per stuk geen gedachte waard zijn.
Droge piephoest die niet overgaat, fleumucil die matig werkt, klimop die te hard groeit, hordeur die later komt dan gehoopt.
… daar borrelt een dreigende waterval
en waren geesten overal…
Er was een duizeling waardoor ik dacht aan schedelaandoeningen, te late ambulance, een droevig sterfbed met zoons die niet wenen, goeie god, wat wordt ik bezocht.
….om ieder lachje te besnoeien
ook’t kleinste….
Vanmiddag met buurvrouw wezen winkelen in de hoop op te fleuren.
Het lukte. Bijna. Op de terugweg kregen we een hagelbui, onaards, we keken bezorgd naar het autodak, vóélden reeds de inslag, scheuren in het metaal en wijzelf aan flarden.
…en met de duistere dingen te stoeien
’t chagrijnste...
En toen, bijna thuis, droogde het op.
Nu mijn zwarte blik nog weg zien te werken.
==

versje

Liefde is blind 1+2

‘Wat ben je mooi
en mysterieus
met je blonde haren
en druppeltjesneus
je ogen zo glanzend
je mond op een kier
toe, zeg wat…’
‘…de verkoudheid
die zit me tot hier!’

==

‘Wat ben je mooi
en mysterieus
met je rode haren
en nattige neus
je oren bewegend
je krullige kop
toe, zeg wat…’
‘…rrrrrrrrrrrrrrrrr
rrrrot alsjeblieft op.’
-==

 

verkouden

Het….

– Het hangt op de bank en het lacht. Rare geluiden knorren uit de keel, ze overstemmen het gehijg.
Plots vliegt het overeind, een hoestbui verscheurt de droom.
– Het staat in de keuken en niest. Hartgrondig, dat het middenrif pijn doet en de tissues drie maten te klein zijn.
– Het zit aan de laptop en traant. Bril op, bril af, het zicht blijft wazig.

U begrijpt: ik ben verkouden en niet zo’n beetje.
Gisteravond kreeg ik plots een kuchje, zo’n licht dingetje met een piep, vanmorgen was ik al bijna een patiënt en nu helemaal.
De thee met honing komt me de neus uit. In andere vorm.
De toco-tholin helpt een beetje voor de keel en de honingdrop maakt alleen maar misselijk. Het moet gewoon uitzieken, ik verwacht niet dat het lang gaat duren. Ik jammer gauw maar mankeer zelden iets ernstigs.
Dus wacht ik.
Af en toe zit ik te ijlen boven de toetsen.Dat voel ik natuurlijk niet maar mocht U het merken, weet dan dat ik het niet zelf ben.
Of juist wel, dat begrijp ik niet zo goed want ziet U, ik ben zo verkouden dat……. enfin.
=

ziek

Verkouwen..

…luchtwegen grauwen
pijnlijk per ademstoot
virus is uitvergroot
traant in de ogen
met stekend vermogen
raspend gekuch
adem gaat stug.

Ik ga naar mijn bed
met een bruistablet.
Tot morgen. Hoop ik.