Buurten


Van de week zag ik in onze straat twee mannen langdurig een praatje maken, vijftiger of zestigers. Op hun gemakkie stonden ze daar en kletsten wat; de een rolde een sigaret, de ander had zijn hond bij zich.
Niets bijzonders?
Toch wel ’n beetje, je ziet het niet vaak meer. Men groet en gaat zijn eigen weg.
Het is niet alleen dat de wijk verjongt, dat valt wel mee. Rondom me wonen behalve de baby-gezinnetjes verschillende veertigers en een paar vijftigers.
Het is eerder het gebruik van op-je-zelf blijven, iets wat de laatste twintig jaar enorm in zwang is gekomen. Er wordt nog wel gebuurt in kleine kring maar niet vaak meer en meestal bij de auto of garage, binnen de -gesloten- poort.
Ik mag dit wel. De tijd dat iedereen binnenliep beviel me nooit, waarschijnlijk was ik te stijf/Hollands.
Maar ik deed mijn best en zwaaide voor iedereen met de koffiepot.
Daarmee voelde ik me voldoende aangepast.