Schrijven, maar geen boek

Een hobby.
Hoe andere amateurs het hadden weet ik niet, ik moest het echt leren.
Met gemak pende ik bladzijdes vol maar goed schrijfwerk was het allerminst.
Onwaarschijnlijke verzinsels, een soort mini-autobiografie over mijn gedachten, ik genoot van de woorden, leesbaar of niet.
Hoe langer de verhalen werden, hoe sneller ik ze wilde beëindigen door een ‘leuk’  plot te schrijven. Ze leken allemaal op een hardloopwedstrijd. Bovendien had ik intussen een typemachine, dat ging lekker vlug.
Bij het ouder worden en meer lezende ging het iets beter en daarmee beging ik een nieuwe fout: mooi schrijven.
Zogenaamd poëtische zinswendigen (op sinterklaasrijmiveau), ‘literaire’ constructies die van warrigheid aan elkaar hingen, onnodige interessante woorden.
Een schrijfclub wees me een beter pad. Daar leerde ik de betekenis van goede aanwijzingen en warempel, ik schopte het tot plaatsing in een paar verhalenbundels.
De aanhouder wint, heet het.

Niet helemaal, mijn echte droom kon ik niet waarmaken.
Een boek schrijven, een heel boek met een goed plot en een mooi verhaal eromheen. Een serieuze roman, het liefst fictief, met eigen inzichten erin verwerkt over allerlei onderwerpen.
Een gewaardeerde auteur te worden, bij een gerenommeerde uitgeverij. Het visioen alleen al was de wens waard.
Natuurlijk probeerde ik het. Gaf losse verhaaltjes alvast dezelfde hoofdpersoon, maakte schema’s, liet hoofdpersonen opdoemen, onlangs vond ik een schrift terug met een begin van maar liefst zes hoofdstukken.
Uiteindelijk heb ik het toe- en opgegeven: dit kan ik niet. Liever lees ik andermans boeken.
Bovendien zijn er andere kwaliteiten, ik kan heel goed aardappelen schillen en friet snijden.
Dat werd zeer gewaardeerd in het gezin, meer dan een gedroomd boek.

Leesmiddag


Vanmiddag, bij het leeghalen van de zoveelste kast te (ik lijk er honderden te hebben) kwam een  ontstellend aantal mappen, losse vellen, schriften, schrijf- en kladblokken tevoorschijn.
De meesten zijn vijf à tien jaar oud maar ook getypte en handgeschreven stukken zaten erbij.
Wat moet je met zoiets, meteen bij het oud papier kieperen?  Misschien het verstandigste. Ja, maar toch, er was al zoveel weggegooid.  Weifelend door een paar verhalen bladerend  raakte ik geïnteresseerd
Uiteindelijk nam ik de stapel onder mijn arm en ging er eens breed voor zitten. De kast kon wachten.
Het werd een woordenslemppartij.
Veel stukken misten een hoofdstuk, toch amuseerde ik me kostelijk met flauwekul,  romantiek en idiote drama’s, vol doorhalingen en aantekeningen.
Schrijven is schrappen heet het. In deze schriften was het  knoeien hetgeen de pret aanmerkelijk verhoogde; al dat gekras maakte de plots alleen maar warriger met raadselachtige situaties.
Toen ik uitgelachen was  vond ik onderaan nog iets terug van de allereerste weblog. Een verloren gewaand voorleesverhaaltje en een vervolgverhaal in 24 delen. Helemaal compleet.  Als een extraatje.
Het was een van de gezelligste middagen van de laatste tijd.

vers van hebzucht


Ik miste dingen die’k niet had
en nooit bezitten zou
een nieuwe tas in wit-met-blauw
pianoles
regenlaarzen in het rood
een knuffelbeer
ze maakten mijn verlangens groot.
Toen kreeg ik boeken
met  verhalen
van
kinderen, ze stalen,
armoedig in hun rafels
de moeders  stil en ziek
een oma leed aan rimmetiek.
Ik las en las
opdat ik maar zou snappen,
mijn wensen moest ik schrappen.

Het hielp geen bal
nog steeds mis ik
de dingen die’k niet heb
en nooit bezitten zal.

© Bertie