Therapie, verhaaltje.

De lastige tiener Lenny werd naar een therapeut gestuurd.
– Alstublieft, verzocht de moeder, probeert U haar wat fatsoen en manieren bij te brengen, ons lukt het niet.
De man deed zijn best Hij luisterde, knikte en luisterde nog meer.
= Meneer, ik kan het niet helpen, klaagde Lenny, mamma moppert altijd, ik moet van alles en mag nooit wat, alles moet naar haar wil, ik doe het nooit goed….=
De therapeut gaf aan dat hij ook met de moeder wilde spreken, de narigheid moest toch èrgens vandaan komen. Ze kwam, hij luisterde en knikte.
= Meneer, ik kan er niets aan doen dat ik zo geworden ben,klaagde ze, mijn moeder, Lenny’s oma, was zo bazig, mijn vader had niets te vertellen, vreselijk en zo was het met alles….=
Bedachtzaam knikkend vroeg de therapeut de oma te spreken.
Ook naar haar luisterde hij.
= Meneer, mijn moeder was erger dan Kenau, dan word je vanzelf lastig en dat geef je ongewild door… huiverde oma.. =
Overopoe leefde nog en werd opgeroepen.
=Meneer, kakelde ze, mijn moeder was een feeks en sloeg met de heibezem tot er geen tak meer aanzat, ik heb vreselijk geleden…=
Ten slotte kwamen ze bij Eva.
= Meneer, ik had geen moeder en heb daar zeer onder geleden.
Ik had een onbegrijpelijke schepper die niet door had wat hij in elkaar knutselde maar wel een bespottelijke eis stelde met een gluiper als handlanger. Dàt is de werkelijke erfzonde.
Hoe kan een vrouw hiermee dealen, daar raakt ze vanzelf gestoord van en de nakomelingen ook. En nu word ik alsnog op het matje geroepen…. =
In de therapeut ontstond een vage gedachte aan begrip maar hij zei niets.
Hij knikte slechts en luisterde.
===

.

Rug

Gisteravond knoepte er iets in mijn rug.
Bekend verschijnsel. Het ging al zo lang goed dat het bijna te verwachten was.
De gevolgen vielen mee deze keer, bukken, zitten en opstaan gingen aardig goed.
Tot vanmorgen bij het wakker worden.
ik ga niet uitleggen hoe ik het bed uitrolde, toilet maakte en beneden kwam, degenen met een ‘rug’ weten het en de anderen snappen het vast wel.
Nu de dag om is werken eindelijk de paracetamols en lukte het wat oefeningen te doen hetgeen meestal de beste remedie is. Gewoon zitten op de bureaustoel is weer mogelijk.
Alleen de weblog is er bij ingeschoten.
Geeft niet, morgen is er nog een dag.
Dan kan ik op mijn dooie akkertje alle berichten lezen, cryptogrammen en sudoku’s invullen (dat mis ik het meest), misschien een verhaaltje verzinnen.
Ik denk aan ‘De rugloze mens’ of een vers over de ‘Knoepende delen van het lichaam ener vrouw’  of godweetwat voor nonsens nog neer.
Misschien wordt het een sullig herfstplaatje van natte bladeren. We zien wel.
Tot zover.
Slaap lekker, tot morgen, tot blogs.
=

.

Luie dag. Of ik?

Tijd om te niksen.
Na drukke verf-, tuin- en wandelsessies alsmede een gang naar de boezempletterij (ik houd het netjes) is het rustdag.
Ja, ik weet dat rust roest. Dat neem ik voor lief.
Ik speel wat met een boek, zoek een paar woorden voor het cryptogram.
Schil een aardappel en trek het bed recht.
De lucht noodt niet tot buitenzitten, is hoogstens goed genoeg om vloerkleedjes te luchten.
Inspiratie zoekend voor een verhaaltje, een rijmpje desnoods, kijk ik rond.
De zon schijnt door het zijraam, legt misprijzend de nadruk op een stoffige plant of verbeeld ik me dat? Ik gooi de plant weg.
Het uitusten bevalt me niet, onwillekeurig komen afkeurende blikken boven, van leraren. Ik verjaag ze resoluut.
Mijn oog valt op een paar bloesjes zonder knopen, naald en draad liggen er naast. Ha, nu heb ik iets te doen tijdens het niksen.
Als ik opschiet is er nog tijd genoeg voor de bibliotheek en een gangetje naar de plantenkas. En voor het uitzoeken van een paar papieren en… en…
Blij dat de ijver terug is zet ik me aan het naaiwerk.