Schoonmoeders moestuin

 

Herhaling, sorry. Het is op verzoek.

‘Hier staan boontjes, ginds de piepers. Daar de kolen, zie je hoe groot? Kijk, dit gebruik ik tegen ongedierte.’ Ze toonde een giftig goedje en deed de behandeling omstandig voor.
Ik knikte.
Mocht ik me verbeelden iets van tuinieren af te weten dan kwam ik hier tot inkeer.
Dus liep ik zwijgend mee.
Mompelde  over groeizaam weer.
Zei niet wat ik dacht van vergif. Op een aanstaande schoonmoeder maak je liever  geen ongunstige indruk.

Halverwege het tuinpad wilde ik iets aardigs zeggen en wees:  ‘De bonen staan er mooi bij.’
Ze stopte om me vol minachting aan te kijken.  ‘Dat zijn de piepers.’

Dit kon ik niet meer goedmaken.
Pas bij nederige erkenning van stadse domheid accepteerde ze mijn onnozele opmerking.
Dat ik niet eens uit een stad kwam zag ze over het hoofd.
=

Over katten

Er staat een informatief artikel in de  NRC  over katten en met name over de last die ze de buren bezorgen.
Het is een repeterend onderwerp, iedereen is bekend met de voors en tegens.
Ook ik ken ze, als liefhebber (al heb ik ze zelf niet meer).

De overlast kan ik me voorstellen.
We dienden een luik over de kinderzandbak te maken om poep te weren van de buurkatten. (Zelf hadden we een kattenbak).
En we hadden begrip voor degenen die eindeloos hun tuintje aanharkten, niet beseffend dat de kat juist graag in verse, rulle grond poepte en krabde.
We snapten dat iemand gewoon niet van katten hield. Dat is een recht.
Het jammerlijke vogelleed.
Op de een of andere manier moet dit besproken worden en mag je verwachten dat alle partijen zich redelijk opstellen.
Tenslotte ondervonden wij zelf ook hinder. Van stinkende barbeknoeierijen en doorlopend-keffende hondjes, radio’s, houtzagerijen (kachels!), en meer.
Het kwam altijd goed, met wat geven en nemen.

In dit artikel komt het voorstel aan de orde van de Zeeuwe SGP-lijsttrekker Marco Kleppe die het loslopen van katten wil verbieden. Het voorstel heeft het niet gehaald.
Maar degenen die katten willen ophokken zouden schrikken als dat echt gebeurde.
Muizen!
Niet alleen in ons plattelandsdorp, ook in steden en flats zitten ze. Met klemmen, vergif en vallen alleen houd je ze niet weg, het zijn ook nog eens verfoeilijke oplossingen, minstens zo wreed als een jagende kat.
Die laatste  werkt op de duur preventief, de meeste muizen laten zich niet meer zien.

Vervelend wordt het wel als katten in de mode zijn. Plotseling wil ieder kind een lief poesje zodat er veel te veel in één wijk zitten.
Of mensen die er meerdere nemen en niet op de dieren letten, dan wordt het een plaag terwijl de beesten er zelf niets aan kunnen doen.

De eerste keer bij schoonmoeder


‘Hier staan boontjes, ginder de piepers. Daar de kolen, zie je hoe groot? Kijk,  dit gebruik ik tegen wurm.’  Ze toonde een giftig goedje en deed de behandeling omstandig voor.
Ik knikte.
Mocht ik me verbeelden dat ik van tuinieren wist dan kwam ik hier tot inkeer. Dus liep ik zwijgend mee.  Mompelde  over groeizaam weer. Zei niet wat ik dacht van vergif. Op een aanstaande schoonmoeder maak je liever  geen ongunstige indruk.
Halverwege het tuinpad wilde ik iets aardigs zeggen en wees:  ‘Die bonen staan er mooi bij.’
Ze stopte om me vol minachting aan te kijken.  ‘Dat zijn de piepers.’
Dit kon ik niet meer goedmaken.
Pas bij nederige erkenning van stadse domheid accepteerde ze mijn onnozele inborst.