Ik leef mee

Er hing een geur sigaren en cognac. Het overviel me bij het lezen over een bruiloft.
Nou weet ik wel dat mijn verbeelding gauw op hol slaat maar dit ging me te ver, ik lag in bed!
Anderzijds vind ik het juist lekker om me in te leven. Zoals er gezwijmeld wordt bij plaatjes van poesjes, hondjes en ander dierlijk liefs zit ik ademloos boven vertellingen met beeldende taal. Ik ben geen filmfan maar stel me voor dat kijkers hetzelfde ervaren.
Soms charme, soms keiharde rotzooi. Ziekte, ellende en dood horen daar ook bij.
Met die laatste onderwerpen is het oppassen, is de sfeer tè indringend dan voel ik me niet lekker en roep mezelf tot de orde: stel je niet aan.
Je kunt nu eenmaal niet alle narigheden uitbannen, ook niet in films en romans. Zelfs veel kinderen lezen en zien liever zieligheden, enge dingen en opwinding.
Met elkaar in tegenspraak is het wel: ontspanning dient levensecht te zijn, op zich al een contrast voor velen.
Maar ja, een ‘gewoon’ leventje is niet veel aan, dat hebben we thuis meestal ook.
==

Vrouw in eigen wereld

Een vrouw zit voor het raam. Ze heeft lege ogen.
Ze ziet de dingen met haar geest.
Dat had ze zich aangeleerd toen ze haar verbeelding ontdekte.
Toen ze nog klein was, vijf of zes jaar misschien, hoorde ze voor het eerst een sprookje. Over een bos met kabouters in een holle boom die bevriend waren met alle dieren. Al luisterend vormden zich plaatjes in haar hoofd en nog lang bleef ze die avond wakker om naar de zelfbedachte illustraties te kijken. Als naar een filmpje.
Het was een grootse ontdekking. Weliswaar hebben alle kinderen filmpjes in het hoofd maar niet alle kinderen zetten de camera aan.
Dit meisje deed het wel.
Bij elk nieuw verhaal en liedje werkte haar hersentjes, zelfs bij taallessen en rekenen zag ze woorden en getallen zich in groepen vormen of achter elkaar lopen. Dat was maar wat handig.
Tot ze bij een van de eerste geschiedenisverhalen in huilen uitbarstte.
De arme mensen van vroeger zag ze, met kapotte kleren, en blote voeten in brandnetels, bleke kinderen in verschoten overalletjes die niet eens een autoped hadden en ach, het was allemaal zo zielig.
Juffrouw en ouders schrokken hevig van deze onbeheerste fantasie en trokken met kracht de teugels aan.
Het resultaat was matig. Het meisje vond het vreselijk te moeten wonen in de statische wereld die haar geboden werd. Zodra de noodzaak voor rede ontbrak vertrok ze naar haar eigen omgeving van beelden die ze naar eigen smaak inkleurde en liet leven.
Zo bewoog ze zich tenslotte met open maar nauwelijks ziende ogen.
Ze dagdroomde zich door de ochtenden, middagen, avonden, jaar na jaar na jaar.
Nu zit ze voor een raam en wuift af en toe. Naar de bonte bloemen die haar toelachen en bomen als vriendelijke reuzen. Geniet van de zon die met zachte vingers haar gezicht streelt.
In de zuster die haar een kopje thee brengt herkent ze een hartelijke lakei.
Want de camera in haar hoofd snort constant.

© Bertjens