weerspreuken

Winterspreuken aangepast.


– Morgenstond geeft een geeuw in de mond.
– Het is pas  koud als de boeren OLA melken.
– Als het herfst wordt in september volgt de winter in december.
– Regen in de winter is nat.
– De velden geschoren, de scheercrème is op.
– Kraaien vlak bij schuur en huis geven een boel herrie.
– Lopen bij vorst de spinnen uit moet je elke dag ragen.
– Zijn er in december al mollen  krijgt de bodem koude kak.
– Is ’t op Kerstmis nog niet koud krijgt Maria een topje aan.
 – Enzovoorts.