Zelf-beeld

Toen de televisie voor de derde maal uitviel gooiden we hem weg.
‘We verzinnen zelf wel wat,’ zei echtgenoot.
‘Toneelstukje?’ stelde ik voor want ik ben dol op verkleden en rare typetjes.
‘Goed idee, me Tarzan you Jane?’
Great!
Terstond hulde ik me in het vel van onze tijgerkat. ‘Is dit wat?’
Man keurde. ‘Is het niet te klein? Buk eens.’
Ongeduldig riep ik hem tot de orde. ‘Niet zeuren. Wat trek jij aan?’
‘Euh, we hebben de hond nog.’
Prima, het beest had de juiste kleuren.
Zo speelden we jungletje tot de avond om was.
Zwaaiend van lamp naar bovenkast met kreten en al.
Genieten, beter dan welk programma ook.
Maar dat slachtafval…

Advertenties

Energydrink

‘Een godendrank mevrouwtje’, antwoordde de jongen toen ik vroeg naar de kwaliteit. ‘Wat heet? Nike zou er persoonlijk voor naar de winkel komen, ik zweer het. Je loopt er de vierdaagse mee in een uur mevrouwtje’, antwoordde hij wervend. Met een soepel lijf liep hij naar een fitnessapparaat en gaf een demonstratie.
Enthousiast trok en duwde hij aan stangen en gewichten.
Ik bekeek hem eens goed en zag dat hij er zonnig en gespierd uitzag met bovenarmen als hoofdkussens, zijn nek een glijbaan. En  groot genoeg om ‘mevrouwtje’ te zeggen tegen een cliente van een-meter-vijfenzeventig.
‘Drink je het zelf ook?’ vroeg ik, naar zijn gespannen shirtje wijzend.
‘Drie maal daags en U ziet dat het werkt,’ zei hij gevleid. ‘Je had me een maand geleden moeten zien, gottegot wat een schlemielig ventje was ik, enkel bleek vel met botten en wat zie je nu?’ Opschepperig spande hij zijn biceps aan..
‘Word je er ook bruin van?’  Ik kreeg lol in het gedoe en speelde met hem mee.
‘En lang, breed, knap, slank, wacht effe, ik neem nog een slok. Proeven?’ Hij hield me het flesje voor maar ik aarzelde.
‘En spraakzaam?’ vroeg ik onschuldig.
Hij keek me sympathiek aan, ‘omdat U in mijn eerlijkheid gelooft zal ik een partijtje voor niks meegeven, alsjeblieft, tien halen vijf betalen.’
Ik stond paf. ‘O, eh, is het in de reclame?’
‘HELEMAAL NIET’ klonk de stem van een binnenlopend mannetje, mager en kleurloos.
‘Ik heb je gewaarschuwd, ijdeltuit’, ging hij verder, ‘verkopen doe ik zelf en jij demonstreert. Hup!’  Verongelijkt stapte de jongen op een trimfiets.
‘Altijd hetzelfde met die kleerkasten, pronken met hun opgeblazen lijf. Gadverdammese uitslovers. Maar waarmee kan ik U van dienst zijn, mevrouw?’
Ik keek naar het schlemielige mannetje dat niet veel meer dan wat bleek vel met botten was.
‘Niets, dank U. Ik hoef niets.’

© Bertie