Tuintje

(Bijna)alle bloemen en planten in het achtertuintje zijn me lief maar enkelen min ik meer.

Deze bekervaren  is er zo een. Het mooist als solitair op zwarte grond. Onze grond is niet diepzwart, daarom heb ik de varen  laten inhalen door zoveel campanula’s dat hij straks op een blauw kleed lijkt te staan. Een plant waar je van alles in ziet; van bovenaf heeft hij het patroon van een spinnenweb, van opzij de vorm een bijeengebonden boeket. En dan die getande bladeren, zo fijn krijg je ze nooit geborduurd.

Papavers. Zo markant, die kleur, de vorm.

Niet voor de opium en morfine, ik zou niet weten hoe ik dat eruit moest halen. Uit nieuwsgierigheid nam ik het platgedrukte bolletje van een uitgebloeide bloem mee naar bed en legde het onder mijn hoofdkussen, ik hoopte op een bijzondere droomtrip.

De trip bleef uit. In plaats daarvan was er het uitgestreken gezicht van echtgenoot.
Hij is nu uitgebloeid. De bloem, bedoel ik.

Het fotootje van de lobelia is slecht maar geeft de juiste kleur aan, de reden waarom ik ze elk jaar koop. In de schemering lijkt hij licht te geven. Goed voor een dooie hoek .

In een drukbezette tuin sta je altijd voor verrassingen.

Advertenties

Theater in de achtertuin

Oh herfstig lot, roept varen uit.  Hoe vreeslijk bruin wordt mijne huid.
Is dat al, zegt druif, reëel. Zie dan mijn blad vergaan tot geel.

Leverkruid zwijgt, hij schaamt zich rot. Hij waant zich kleurloos en  bespot.
Nee, dan cosmea. Met een kleur roept zij zich uit tot fine fleur.
Mis, roept groene passiebloem. Ik ben nog fris, aan mij de roem.

Muggen


Ze zijn elke zomer een probleem. Zelf heb ik er geen last van en nu ik weet dat je een muggensteek te lijf moet gaan met een varenblad waardoor bult en jeuk verdwijnen neem ik ze nog minder serieus. Er staan genoeg varens in de tuin, wat kan mij nog gebeuren?

Hadden we dit maar eerder geweten, wijlen echtgenoot was een modelslachtoffer. Ze wachtten hem op; ik weet wel dat ze op geur afkomen maar het leek hem of ze in in hinderlagen zaten; onder bed, achter gordijnen,  alle duistere spelonken werden benut door muggenvolkjes die stiekem uitkeken naar P. Likkebaardend,  je reinste minidraculaatjes.
Met de kennis van nu zou ik het bed beleggen met varens dan wel een kermisbed opmaken in de achtertuin. Wat een genot zou dat geweest zijn, het woord alleen al.
‘Gaap, ik duik vast in de varens.’.
‘Hmmm, er gaat niets boven verschoonde varens.’
Alleen ruzie zouden we moeten vermijden.
Zou doodjammer zijn te horen:
‘Dag schat, varen wel.’