Naar de hemel? Dat ligt eraan.

Na lang zoeken bevind ik me in een saaie wolkenbuurt die voor een grote poort ligt. Weinig indrukwekkend. Geen engel, doodse stilte.
Zou ik het doen? Aanbellen? Als ze me maar niet wegjagen.
Ik doe het, ik wil een antwoord.
Gramstorig komt een norse kerel naar de deur. Petrus.
Je hoort hier nog niet. Dom mens.
Nou zeg, zijn dat hier de manieren?
Houd je in, maan ik mezelf en vraag – Is God zelf aanwezig?
Niet voor de levenden, gromt de man. Waar gaat het over?
– ik wil weten of braaf-zijn de moeite loont.
En? blaft hij.
– ’t Is hier waardeloos.
Hij pakt me beet, zwaait een paar keer en gooit me neruit.
– Val me niet meer lastig, jij!
Opgelucht land ik op mijn luie stoel. Wat een knoest, voor die hemel ga ik me niet meer uitsloven. Braaf zijn, het mocht wat.
Bevrijd keur ik de nieuwste xtc en open de cognacfles. Daarna vloek ik de buurman stijf en verkoop zijn valse hond een rotschop.
Het leven is vurrukkulluk.
==

Samenwerken, soms lastig.

-Zo, nog gauw ff een wasje draaien. Geef die vuile sokken ook meteen.
Waarom die haast schat?
-Vanavond de verjaardag van M en dan wil ik de boel aan kant hebben voor we gaan.
Maar we hebben nog de hele dag..
-Nee joh, vanmiddag alle boodschappen.
Dat kan morgen toch ook?
-Denk je? Dan zijn we geen half mens na zo’n avond.
Ok, zal ik dan naar de super gaan?
-Nee, ik ga mee, jij neemt altijd het verkeerde.
Ik schrijf het wel op, zeg het maar.
-Haha, ik laat jou niet alleen in die winkel.  Wil je de stofzuiger pakken?
Maar er ligt niks…
-Toe nou, je ziet dat ik zelf geen tijd heb. De kadoshop nog, wat zal ik geven?
Bloemen zijn toch goed?
-Ze heeft een tuin vol.
Bonbons?
-Dieet. Toe, geef die sokken nou.
Ja mens, jaag niet zo; eh, kadobon? Blokker? Wat is er?
-Ik ga NIET met een truttenbonnetje naar mijn beste vriendin.
Wat is daar mis mee? Gister zei je nog dat ze zo vals was…
………
Waarom zeg je niks meer?
-Ga weg, naar de winkel of wat dan ook en kom niet eerder terug voor we naar M gaan.
Maar, dat wilde je toch zelf doen want……