dialect·taal

Over dialecten

Moelfiat.
Een van de vreemdste woorden die ik leerde in deze Brabantse omgeving en nergens op kan terugvoeren, taalkundig.
Iemand noemde me zo toen ik nog niet wist wat het betekende.
Men bedoelt een praatjesmaakster, iemand met een grote mond…  ik schaamde dood achteraf, wist nog niet dat jonge dorpsmeisjes niet veel mochten zeggen omdat ik niet goed luisterde naar mijn ouders.
Het woord is me bijgebleven omdat ik er van leerde. Ik moest wel.
Het is het beste om in een nieuwe omgeving meteen het plaatselijke dialect te leren en  begrijpen.
Grappige misverstanden over en weer, nieuwsgierigheid naar elkaars taal, niet altijd vriendelijk maar zoiets wordt sneller opgelost wanneer je de taal verstaat.
Er kunnen mooie gesprekken ontstaan.
Neemt niet weg dat ik op vakanties in eigen land liever gewoon Nederlands hoorde, of iets wat er op lijkt, dan versta je elkaar tenminste. Het is lastig een antwoord te vertalen wanneer je de weg vraagt en een Gronings antwoord krijgt. Of Zeeuws-Vlaams. Drents.  Limburgs. West-Fries. Utrechts. Enzovoorts.
Daar heb ik geen gevoel voor, geen oor. Makkelijk talen leren is niet hetzelfde als  makkelijk geknauw verstaan. Sorry, zo klinkt het voor mij. Andersom ook, mijn Zaanse gezang vonden anderen even moeilijk als ik hun gemompel.
Dialecten zijn voor veel mensen iets kostbaars.
Waarom eigenlijk?
Nostalgie? Eraan gewend zijn? Wat mooi was moet zo blijven? Wat is de waarde ervan? Talen leren gaat toch ook heel goed met de officiële landstaal als basis?
Een hang naar vroeger?
Dat heb ik zelf nooit kunnen ontdekken behalve in ‘weet je nog toen we …’
En dan denk ik weer aan de moelfiat die ik was.
Of nog ben.
==
eten

Vegetarisch, flexitarisch, pescotarisch of toch maar veganistisch?

Zal ik lekkerder gaan eten of weer eens wat anders, is een vraag die zich opdringt de laatste tien jaar of langer. Het begon al veel eerder met de opkomst van buitenlandse vakanties. Uiensoep met rode wijn, Italiaans waar ik zelf nog aan choco- en tandpasta dacht, Eisbein. Toen het nieuwtje eraf was kwam het vegetarisme in de belangstelling, in het kielzog daarvan de overige leefwijzen van de titel.
Het woord pescotariër is nieuw voor me, het is iemand die geen vlees maar wel vis eet.
Zie  vegetariër of veganist 
Een oordeel vellen over iemands smaak  doen we niet.
Zelf zweer ik bij de meeste aardappelgerechten maar ik zou het onaardig vinden wanneer iemand me een eigenheimer noemde ook al zou het terecht zijn.
Elders zijn nog weer andere etenssoorten.
Zoals wild uit oerwouden, bushmeat.
Het schijnt  niet gezond te zijn zie  link Joop onder artikel
en ook slecht voor het behoud van de dieren kennislink
Alles overdenkende blijf ik toch maar bij het vertrouwde eetpatroon, de ingewanden zijn er aan gewend en rammelen alleen als ze gevoed  moeten worden. Of teveel moeten verstouwen.
Vreemde dingen eten deden we toen we jong waren en sterkere magen hadden
Nu is het veel groenvoer en tomaten. Aardappelen.  Brood. Aardappelen. Haring. Aardappelen.
En af en toe een stukje koe of kip, eens per maand of zo.
Varkens blief ik niet.
Paarden ook niet en konijnen nog minder.
Schapen zijn me te schijterig (fiets eens op een dijkpad waar ze weiden….)
Insecten niet
Mensen ook niet
Mensen??  O sorry, ik schoot even door.
Opeens komen de ijsjes in mijn gedachten, nog over van de kerst.
Ik ga er een van opeten.
En heel misschien wel twee, ze zijn vast niet van leeuwenvlees gemaakt.
==
Link Joop werkt niet, hier de juiste: