Over glas. (artikel uit NRC)

Ken je dat,  dat sommige ramen lastig te zemen zijn?  Nu las ik dat het ligt aan de tinkant van het glas:
  ….bijna  niemand weet dat twee kanten van een gewone floatglasruit verschillen in hun eigenschappen. De kant die destijds op het vloeibaar tin rustte (de ‘tin side’, of ‘bottom face’) is anders dan de ‘air side’. Het glas van de tinkant heeft een minieme hoeveelheid tin geabsorbeerd en daarbij waarschijnlijk ook wat eigen materiaal aan het tinbad afgestaan. Van de weeromstuit is de ‘wettability’, het vermogen om egaal nat te worden, van de tinkant aanmerkelijk slechter dan die van de luchtkant. Japanse glasonderzoekers (Satoshi Takeda c.s.) beschreven het in 1999. Een druppel water vloeit op de luchtkant van floatglas beter uit dan aan de tinkant: die is ‘hydrofoob’. Wie het weet ziet het verschil bij het ramen zemen. De tinkant van floatglas verweert ook minder snel dan de luchtkant, is in 2005 vastgesteld (Tiziana Lombardo in Glass Technology.)
Het volledige artikel staat HIER

Niet dat we nu met plezier ramenlappen, het is zomaar een weetje. Je kunt het hoogstens als smoes voor jezelf gebruiken: mijn ramen zijn aan beide kanten hydrofoob, de rotzakken.
Tis en blijft een karweitje waardoor ik langdurig uitstelgedrag vertoon. Pas als het te donker wordt in huis zoek ik de zeem, liever houd ik een paar lampen aan.
Of kaarsen, is nog gezellig ook.

Papier hier

Bergen werk heb ik verzet vanmiddag. Letterlijk.
Wat dan wel?
Ik heb de papieren uitgezocht en deze keer tot de laatste snipper in plaats van een paar briefjes heen en weer te schuiven. Een klusje dat zo vaak wordt uitgesteld dat het na een jaar (of 2 of 3) een groot karwei is.
Mijn eigen woorden indachtig -zadel je nabestaanden niet met rommel op- ben ik er aan begonnen.
Dat had heel wat voeten in aarde.
Eerst een wasje draaien. Boodschap doen. Paar meters wieden. Koken en opeten. Kop koffie maken.
Uitstelgedrag, koudwatervrees.
Ik zag er tegenop. Onbegrijpelijk, voor mijn trouwen was ik juist in mijn element als ik met papier kon spelen, op een kantoor waar ik werkte deed ik niets liever dan sorteren, zoeken en navragen waar een bepaalde brief was, systeem aanbrengen in onderwerpen.
Uiteindelijk ben ik begonnen en was na een kwartiertje weer terug in dat element.
Het waren echt torenhoge bergen, oude nota’s van jaren her, verlopen paspoorten en rijbewijzen (nostalgie), oude bankafschriften, papieren van overleden ouders, broer, dikke stapels schoolrapporten, opgezegde en herbegonnen loterijen, dito van extra tvzenders, herziene verzekeringen die je steevast in triplo bevestigd krijgt, ziekteperikelen van wijlen echtgenoot, en nog veel meer.
Echt, het opnoemen doet me al naar lucht happen.
Het ging vlot, tegen de avond was het klaar en de prullenbakken gevuld.
Brieven en rekeningen genummerd, op datum gelegd, een lust voor het oog. Ik durf haast te zeggen: nu kan ik het loodje  leggen.
Tevreden kijk ik naar de mappen, half zo dun en dubbel charmant.
Te mooi om weg te bergen dus laat ik de kast een tijdje openstaan.