Over vrijheid van bloggen

Moet een verhaal of vers per se een persoonlijke betekenis hebben?
Nee hoor, een uiting van simpele zonnewarmte of een sinterklaasrijm kan ook.
Evenmin hoeft het over je omgeving te gaan, als blogger kun je de meest baarlijke nonsens opschrijven.
Over een biggetje dat uitgroeide tot zeeleeuw, je weet maar nooit welke verliefde kolder zijn moeder in haar kop kreeg.
Over de pech van mensen die het leven lieten bij de crash van een UFO waarvan de captain dacht dat de lokale ijsbaan een landingsplaats was voor ruimteschepen, in de Melkweg denken ze nu eenmaal anders dan wij.
Over hilarische avonturen van de goudvis die zijn krappe kom spuugzat was en een wereldreis begon in de sloot maar niet wist dat daar snelwerkend vergif in zat en plotseling plastic vingers en tenen aan zijn vinnen en staart kreeg zodat hij op het droge kon klimmen maar voor elke ademteug een duik moest nemen want de gifmenger had vergeten longen in te bouwen enzovoorts.
Niets persoonlijks.

Toevallig maakte ik vandaag zelf iets vreemds mee.
Ik stapte naar buiten, een windvlaag greep me en woei me in één ruk de stoep over en zette me netjes voor de schuurdeur neer.
Nu ben ik al ruim een week geleden gestopt met de avondextra’s, kaas en worst en broodjes ham en zo, en het scheelt anderhalf gaatje in de riem maar wie verwacht dit nou?
Het ìs dat ik er zelf bij was, ik zou het niet geloofd hebben.
==

Advertenties

Sportdag van de spinnen. Vierde en laatste deel.

Ze weven grapteksten tussen de takken.
‘ET in Spinnenland’, ‘The Martians are coming’. Kinderen doen mee: ‘Gremlinspider voor Sinterklaas.’
De mens, zich niet bewust van de commotie boven zijn hoofd, drentelt ongeduldig heen en weer; hij vraagt zich af wanneer er een ruimteboodschap komt en gaat zelf op onderzoek uit.
Hij speurt in alle richtingen en bukt onder struiken, tuurt herhaaldelijk de hemel af maar niets verwijst naar een UFO, helemaal niets valt er te ontdekken.
Mijn god, hij heeft zich vergist.
Wat nu.
Hij kan het het beste als een grap afdoen. Niet dat Lies het als zodanig zal zien. ‘Geen bewijs = roze olifanten’ zal ze snebbelen, haar gebrek aan fantasie is grenzeloos. Wat een vooruitzicht. Kon hij zijn berichten maar terugdraaien.
Hij kijkt naar de spuitbus in zijn hand; na een steelse blik over zijn schouder draait hij het bovenstuk los en neemt een snelle slok, ahhh, dat doet goed. Met verlicht lood in zijn schoenen loopt hij naar zijn auto en rijdt naar huis.
Opgelucht zien de spinnen de jammerlijke afgang van de mens. Ze bungelen uit de takken en spannen de spieren om het sportveld te restaureren maar een van hen roept.
‘Hela, wacht. Het is tijd, Araneae aller landen: verzáááámelen!’
Een wild gejoel volgt, ze rennen door elkaar, huppelen en springen, ze vergeten het sportgedoe en klitten rond de spreker.
‘Luister. Over een half uur is de zomer voorbij, hoogste tijd om serieus te worden. Ieder kent zijn werkgebied en denk eraan: gedraag je netjes, handel als een gentlespider of wees ladylike.
Over drie maanden geef ik het eindsignaal en zien we elkaar op het uitrustveld waar…’  hier veroorlooft de spreker zich een draadje humor ‘… hopelijk mens noch UFO ons zal vinden. Laten we nu gaan, Ariadne zij met ons”.
En zo luiden ze de herfst in.