Brekie en Brekie-song


‘k Zit op m’n bankje stil te dromen
van de Sterke Bertus-tijd
vel in gedachten grote bomen,
met één zwaai een plankentapijt.

Nu is het trainen op een broodje.
met een karig keukenzwaard
er is vooruitgang, een klein mootje
bleef hangen, volgens mij was’t een staart.
==
Nog een paar dagen, dan hoop ik makkelijker te typen en ga ik weer reacties beantwoorden en alle posts lezen. Ik kijk er naar uit, langzamerhand begin ik de bloggerswereld meer te missen dan ik had verwacht ondanks het leeswerk.

Voorbij

Het is stil.
De sfeerkaars suist, speelt bij tochtvlagen een variatie.
Ik zit aan de toetsen en tik. Mijn brein flitst, alles wat ik bedenk wordt genoteerd.
Het kaarsengespetter stuurt me richting romantiek.
Ideeën dienen zich aan.  Ze  laten zich met moeite vangen. Van enkele vind ik een spoor terug in de tekst, de meeste vervluchtigen, verjaagd door nieuwe, opdringeriger invallen.
Koppig ga ik door. Scènes volgen elkaar op, langer wordt het verhaal, intenser de plot.
Als een bezetene vlieg ik over de toetsen, begerig naar het einde dat zich ontvouwt tot een drama dat ik niet voorzie.
Nog een inval, een laatste idee, alweer een paar woorden, niet teveel? geeft niks, bewerken volgt nog.
Tenslotte ligt er een redelijk concept.
Overlezen?
Beter een nachtje laten liggen.

Volgende ochtend lees ik, zie dat het tegenvalt en delete, plak, kopiëer, voeg nieuwe zinnen toe. Sleep, weer terug, schift met pijn.
Gespannen lees ik opnieuw.
En huil om het zoveelste mislukte verhaal.
Het allerlaatste.
==