vogels tellen

Vogels tellen.

Dat is hier hopeloos, er zijn teveel kauwen. Of het ligt aan mijn tuintje, alsof ze speciaal wachtten op deze dag.
Zodra ik de camera richtte streek er minstens één neer, pal voor de lens en met een grijns waar je akelig van werd.
Wat maakte ze zo bazig, is het de soort? Het zijn tenslotte kraaien en nog bijdehand ook maar moeten ze daarom de  ster uithangen? Menen ze dat het hier Brollywood is?
Op mijn vragen daaromtrent lieten ze hun typische geluid horen, iets tussen tjilpen en krijsen.
‘Spreek de streektaal,’ riep ik en wat denk je wat ze antwoordden?  ‘Houdoe’ en ze lachten zich kapot om mijn verbouwereerde gezicht.
De musjes , toch nooit verlegen, schaamden zich voor hun verengenoot. Ze doken gauw onder de planten.
Ik kan ze geen ongelijk geven.
Dus heb ik geen telling doorgegeven, wat had ik ook moeten invullen?
‘Eén volk van a-sociale kauwen, enkele mussen.’
Zou men dat geloven?
Enfin.
Voor volgend jaar hoop ik op een ontsnapte papegaai. Of zoiets.
==

stappen

Stappen

Stappen tellen deed ik als kind overal en als volwassene alleen op de trap, nog steeds.
In dit huis was dan ook het eerste wat me opviel dat er 15 treden waren. In alle andere woningen waren dat er veertien. Ik heb het over rijtjeshuizen, in ons oude Zaanse pandje zullen het er minder zijn geweest. Een lachertje voor echtgenoot. ‘Gaan we op bezoek om het huis te bekijken, ziet zij alleen die ene traptrede.
Maar goed.
Tegenwoordig telt men met een apparaatje, dat is betrouwbaarder.
Zelf heb ik dat niet. Uitentreuren telde ik met eigen brein het aantal passen van de achterpoort naar winkels of naar een bezoekadres.
Uiteindelijk kwam er een redelijk gemiddelde uit,  2800 v.v. naar markt annex bezoek, supermarkten en bank, iets minder naar bibliotheek, iets meer naar andere speciaalzaken en nog meer naar de tandarts.
Tel daarbij de stappen die je zet bij thuiskomst, boodschappen opbergen e.d. en je komt op een respectabel aantal maar nooit aan de gehoopte tienduizend
Daar ga ik ook niet voor, liever bekijk ik de tijd die ik besteed aan bewegen maar wie zal weten wat het beste is.
Hier een uur, daar een middagje, huishouden-wassen-koken, tuin bijhouden, burenbezoek, alles bij elkaar een aardige hoeveelheid.
En daar doe ik het mee.
==
tuintje

(Bijna-)zomertuin.


Het is lekker buiten. Weliswaar weinig zon maar het voelt niet koud en de regen viel vannacht al.
Aandachtig speur ik  de natte grond af naar groene punten, gooi er hypnotische krachten tegenaan en warempel, hier en daar verschijnt er een.
Bladeren verstrengelen zich
Een rozentak wringt zich door een buurplant, verderop nestelt een Siberische lis in de varen en ontfermen een paar siererwten zich over een andere roos. De campanula doet ook mee, zoals gewoonlijk bemoeit die zich overal mee.
Elk jaar zie ik het gebeuren, een paar groepjes staan te dicht opeen en kunnen elkaar niet ontlopen. De ruimtes groeien dicht.
Veelkleurig als Europa behalve dat ze geen ruzie maken, je zou er weemoedig van worden.

Er zitten ook eenlingen tussen.
In de hoek waagt een ui zich aan de oppervlakte, de rest wacht af hoe het uitpakt. De pioen heeft veelbelovende knoppen. Vroegerikken worden al wat kaal.
Enkele zielenpoten in potten doen niks ondanks de good vibrations die ik ze stuurde, ze geloven er niet in.
Daarentegen groeit de druivenklimop alsof hij de wijn al proeft.
Al met al een levendig wereldje op een handvol vierkante meters.
==

planten

Reclameplantjes en herinnering.


Van een vriendin kreeg ik een paar reclamezakjes met grond en kruidenzaden, ik geloof dat de Jumbo ze uitgeeft. Veel hoop had ik er niet op.
En kijk, na veertien dagen zijn het heuse planten geworden, bijna groot genoeg om in de volle grond te zetten. Misschien ga ik ze nog opeten ook.

Bij het verzorgen dacht ik terug aan de dingen die ik zelf uitprobeerde in de achtertuin. Toen ik nog heel erg jong  was, en onnozel erbij.
Vers wilde ik, wortels, radijs, sperciebonen, verschillende bedjes maakte ik en keek driemaal daags dag of er al iets te eten viel. Want het ging me niet alleen om vers, vooral ook om klein. Ik houd niet van vingerdikke slabonen en reuzenradijzen, ook tuinbonen zijn jong en klein het lekkerst.
Maar ja, dat wachten…
Ongeduldig had ik na een paar weken een stuk of tien luciferdunne boontjes en worteltjes geplukt en gekookt.
Echtgenoot keek in de pan, hij kwam niet meer bij van het lachen.
Exit de verse-groenten-fase.

Toen kwam het geldboompje.
Steevast vroeg ik er een met mijn verjaardag tot iemand mijn gezeur beu was en me een potplant gaf met centen, dubbeltjes, guldens, alles vastgeplakt met sellotape.
Ontroerd nam ik hem in ontvangst.
Helaas, ondanks water en mest ging hij dood. Het geld bleef over.
Nou ja, je kunt niet àlles hebben.

Dus houd ik me nu bezig met dingen die wèl groeien.

katten

Over katten

Er staat een informatief artikel in de  NRC  over katten en met name over de last die ze de buren bezorgen.
Het is een repeterend onderwerp, iedereen is bekend met de voors en tegens.
Ook ik ken ze, als liefhebber (al heb ik ze zelf niet meer).

De overlast kan ik me voorstellen.
We dienden een luik over de kinderzandbak te maken om poep te weren van de buurkatten. (Zelf hadden we een kattenbak).
En we hadden begrip voor degenen die eindeloos hun tuintje aanharkten, niet beseffend dat de kat juist graag in verse, rulle grond poepte en krabde.
We snapten dat iemand gewoon niet van katten hield. Dat is een recht.
Het jammerlijke vogelleed.
Op de een of andere manier moet dit besproken worden en mag je verwachten dat alle partijen zich redelijk opstellen.
Tenslotte ondervonden wij zelf ook hinder. Van stinkende barbeknoeierijen en doorlopend-keffende hondjes, radio’s, houtzagerijen (kachels!), en meer.
Het kwam altijd goed, met wat geven en nemen.

In dit artikel komt het voorstel aan de orde van de Zeeuwe SGP-lijsttrekker Marco Kleppe die het loslopen van katten wil verbieden. Het voorstel heeft het niet gehaald.
Maar degenen die katten willen ophokken zouden schrikken als dat echt gebeurde.
Muizen!
Niet alleen in ons plattelandsdorp, ook in steden en flats zitten ze. Met klemmen, vergif en vallen alleen houd je ze niet weg, het zijn ook nog eens verfoeilijke oplossingen, minstens zo wreed als een jagende kat.
Die laatste  werkt op de duur preventief, de meeste muizen laten zich niet meer zien.

Vervelend wordt het wel als katten in de mode zijn. Plotseling wil ieder kind een lief poesje zodat er veel te veel in één wijk zitten.
Of mensen die er meerdere nemen en niet op de dieren letten, dan wordt het een plaag terwijl de beesten er zelf niets aan kunnen doen.

serie

Serie. Een hebzuchtige vrouw.

Er was eens een vrouw zo vreselijk hebzuchtig dat ze de maan zou grijpen als ze er bij kon.
Alles wat ze mooi vond wilde ze hebben, niet was er iets nieuws in de mode of ze rende al naar de winkel. Haar vriendinnen vonden het vervelend. Nooit konden ze geuren met een exlusief kledingstuk,  de vrouw ging onmiddellijk naar de ontwerper en bestelde hetzelfde.
Dit strekte zich uit tot meubilair, huisraad, vervoermiddelen, eigenlijk tot alles.
Haar huis was zo vol dat ze haar echtgenoot de deur uit deed wegens plaatsgebrek,  hij moest wijken voor de nieuwste hometrainer.
Het huis werd te klein en de garage ook, alle vertrekken waren gevuld van vloer tot plafond.
Uiteindelijk wilde ze een grotere woning hebben.
Helaas, ze had  geen geld meer.
Haar baan betaalde niet genoeg, leningen stapelden zich op. Banken en winkeliers maanden tot betaling. Zelfs webwinkels hadden genoeg van haar en deleten al haar bestellingen.
Kniezend zat ze in haar te kleine huis, ingeklemd tussen tafels, stoelen, radio’s, fietsen, kledingrekken en eindeloos veel meer. Ze staarde naar haar overvolle tuintje waarin veel meer bloemen en planten stonden dan er plaats was.
Ze bedacht dat ze in ieder geval heel veel schulden had.
Zo graaide ze door het leven.