Alles went.

De lange siësta’s en het stilzitten beu, een mens kan ook tè lang lezen en puzzelen, zocht ik vandaag luchtige werkjes.
-Schijt aan de hitte, dacht ik en sopte vanmorgen de keukenkastjes en alles wat daarbij zit. Koelkast en afzuigkap en zo. Alleen de buitenkant hoor, in matig tempo en met een muziekje erbij ging het lekker
Het was maar 32 graden (alles went) en licht bewolkt
Na het koken waagde ik me aan het overtrek voor een tuinstoelkussen. Met een echte naald en draad. De ducttape is op, zodoende.
Intussen klaarde de lucht. Het werd opnieuw 34 graden. Ook in de keuken die op het noordoosten ligt want daar trekt de nieuwbakken temperatuur zich niets van aan.
De ventilator op hoogste stand maakte het knippen en naaien draaglijk, een paar glazen thee en een extra kop soep  hielpen ook. Met de hand, steekje voor steekje en  veel gepuf lukte het.
Et voila, een paard zou er jaloers op zijn. Die ziet de foutjes toch niet.
Morgen het tweede tenzij het echt 37 graden wordt.
In dat geval ga ik languit tussen twee ventilators liggen op het nieuwe kussen en wie me durft te bellen poeier ik af.
Ik spreek panters!

Verweren

Voor vandaag had ik noeste plannen.
Vroeg opstaan.
Meteen na het ontbijt, zolang er schaduw is, boodschappen doen, daarna voortuintje bijharken, koelkasten uitmesten en meer.
Na het bijharken vond ik het wel genoeg, je verweert met de jaren.
Gepensioneerd zijn is niet altijd fijn maar het hééft zijn voordelen: je stopt wanneer het jou uitkomt.
Je kunt ook pech hebben.
Na de lunch zat ik bij iemand op een balkon op het noorden, zalig in de windvlagen.
Plotseling klonk er een luid gekraak en pànggg, daar zat ik op de grond, op een gebroken stoel. De zijkanten staken als rafelige botten omhoog.
Vriendin in alle staten, ik ook, ze was bang voor bezeersels. Het viel mee, alleen de stoel had het begeven. Dat heb je met kunststof (plastic?) tuinmeubilair, het verweert verraderlijk, zonder dat je het ziet.

Vanavond koelde het af en ik zag in de schemer de nachtschonen bloeien.
Ze sloven zich uit in het donker, toch zie ik nooit iemand voor hen de pas inhouden.
Maar ze verweren ook niet.