Materxx . Deel 1

Bezorgd en ook wat vermoeid schudde Materxx het hoofd toen ze haar ogen over de opeengepakte voorwerpen liet glijden.
Ze kregen plaatsgebrek, hun tuin was zo goed als vol.
Links achteraan stond de Eiffeltoren, iets verderop Westminster Abbey, delen van de Golden Gate Bridge lagen ertussen, overhuifd door de Hangende Tuinen van Babylon waarin stukjes van gesprekken te beluisteren waren. Onverstaanbaar door de oudtaligheid, niettemin aangenaam  voor de oren daar het gemurmel zich zijdezacht liet ophemelen langs de beroemde Toren die als speels extraatje in een der Tuinen was geplaatst.
Aan de andere kant lag de Grand Canyon, flink afgeknot door gebrek aan ruimte -ze glimlachte bij de woordspeling- en terzijde ervan, doorlopend tot de rechterhoek, bevonden zich achtereenvolgens het Kremlin, Vaticaan, Louvre geschakeld met Versailles, in een kleine nis een aandoenlijk Paleisje Soestdijk-in-verval en tenslotte een machtig en indrukwekkend Antarctica waar de pinguïns zich Napoleontisch gedroegen door hun keizerlijkheid: zij hielden een linker-  dan wel rechtervleugeltje  voor hun borst. Ze leken zeer Aards.
Het wandelpad langs deze collectie bood niet alleen een aantrekkelijk uitzicht over artefacten van de Oude Wereld, ook van diverse andere planeten uit het Zonnestelsel.
Artefact, een typisch aards woord, lastig te vertalen en dat daarom ingekapseld raakte in het ruimtelijk jargon.
Men nam aan  dat de meeste Ruimtelijken  zoniet regelrecht dan toch van oorsprong van Aardlingen afstamden.

© Bertie

Advertenties

Nazomerwind

Hij kwam achter de laatste rij huizen vandaan, hij blies over daken en langs schoorstenen, wazige wolken liftten mee en werden begeleid door vogels die hun vleugels spaarden. Hij stuurde wat vroegoude bladeren van hun plek en vlijde ze op gebogen bloemen en vermoeid gras zodat ze samen konden rusten.
Ik lag op mijn rug en keek naar het spel van waaien en inhouden,  hunkerde, verlangend om deel te nemen.
‘Neem me mee’, fluisterde ik, ‘laat me meedoen, neem me op je schouders en toon me alle vergezichten; laat me je vrijheid zien opdat ik weet hoe mooi hij is. Toe…’
Hij hield even in en verkende de grenzen van de tuin; hij onderzocht de heggen en de waslijnen, gaf een speels duwtje tegen de parasol en met ingehouden adem wachtte ik, zijn route volgend, van fladderend wasgoed langs nijgende bomen tot een uitgelaten werveltje in de hoek.
Ik deed mijn ogen dicht en hij aarzelde boven mijn gezicht.
Hij blies een zucht langs mijn wangen, heel zachtjes, als een troostende ademtocht. En vloog verder zonder mij.

Plaatje

Geen foto, wel dit bloemenmeisje dat ik bijna vergeten was maar terugvond in een verloren hoekje waar ze zat te sippen, bang dat haar uiterlijk verwelkte. Ze begreep niet dat de natuur in documenten altijd fris blijft, frisser dan we zelf zijn.
Misschien herinnert iemand zich haar nog, van facebook of een vorige weblog.
Ze is gemaakt van dingetjes en bloemblaadjes uit de tuin, fleurig genoeg om als gravatar te gebruiken en nu ik dit zie: wat stonden er leuke planten in dat tuintje, nooit bij stilgestaan.☺

Dit is het laatste logje voorlopig, morgenavond vertrekken we.
Ik weet nog niet wanneer ik me weer meld.
Groeten iedereen en tot later.

ps voor wie boze plannen heeft, ik laat een oppas achter.☻