Weemoed bij fotoalbum

Achter de wolken schijnt de zon.


←–Achter beboste bergen ook. Je kunt niet goed zien waar de grens tussen berg en wolk ligt. Fascinerend.
Ook wisten we nog niet hoe het weer zou uitpakken, maar mooi was het.
Uit een vakantiealbum van 2011, ergens in Frankrijk.

In het jaar 2008, in hetzelfde gebied, was de aankondiging duidelijker:
er was onweer op komst. Ook dat was fascinerend en spannend bovendien, we verwachtten filmachtige toestanden (die helaas uitbleven, we dronken als troost nog maar een glas wijn).
We zagen het vanaf een terras met uitzicht op de Pyreneeën. –→


Een van de leukste bezigheden bij een naargeestig humeur, foto’s kijken.
Het kunnen allerlei onderwerpen zijn maar in vakantie’s maakte je vaak net iets mooiere dingen mee.
Er is weemoed, uiteraard.
Misschien ook een traan of meer.
Toch krijgt na enkele jaren een andere instelling de overhand.
Blijdschap om wat er was, vrolijkheid bij lachwekkende poses.
Een gevoel van acceptatie.
Herinneringen die niemand je kan afnemen, kostbaar eigendom.
Zo ervaar ik het

Advertenties

Ik ben een traan kwijt

Zo zonde. Het was een heel bijzondere traan, hij bezat huilgronden waar ik veel van hield. Ik mis hem heel erg. Nu kan ik niet meer jammeren zoals ik wil. Wel over allerlei andere dingen en die zijn ook belangrijk, ik wil geen enkele traan tekort doen, maar het is niet meer hetzelfde.
Ik weet ook niet waar ik hem verloren heb.  Alles in de omgeving heb ik afgezocht, zelfs de diepste krochten van mijn ziel  heb ik bloot gelegd,  mentale oefeningen gedaan, geestelijke bijstand geprobeerd, maar helaas, hij blijft kwijt, ik weet alleen  dat er maar ééntje van was.
Een van de hulpverleners wees mij erop dat ik blij zou moeten zijn, —een goed teken, het is een afgesloten hoofdstuk in je leven, je bent niet meer verplicht om te huilen, je hebt het een plekje gegeven-–  zo orakelde deze eigentijdse  magier in mijn oor,  zijn hele gelikte toverdoos  opentrekkend tot ik zijn klep  dichtgooide.  Hij had er niets van begrepen. Ik WILDE het oude zeer niet kwijt, het was me te kostbaar, het was zo’n lief verdriet uit m’n jeugd; hij hoefde alleen maar  te helpen het ding terug te vinden.
Het is een gemis want ik  mag graag een potje melancholisch grienen op z’n tijd. En nu heb ik een smoesje minder,  straks weet ik niet eens meer dàt er ’n reden was. Er zit een gaatje in mijn geheugen dat door de andere tranen dichtgeduwd wordt.
— Langzamerhand besef ik dat ik inderdaad blij moet zijn, nu is er meer ruimte op de geheugenschijf voor de lach-zaken.
Ik vraag me een paar dingen af.
Wat gaat er gebeuren als alle tranen verdwijnen zodat je op zeker ogenblik niets meer te huilen hebt? Zou je dan een prettige oude dag krijgen?
Of, nog even doordenkend, zou het geen zegen zijn als het geheugen, in geval van dementie, positief-selectief te werk ging: de tranen kwijt, de lachjes behouden?
Als iemand dan toch kinds moet worden, dan alsjeblieft een gelukkig kind?

Verliefde buurman 4

‘Kinderen? Die deed ik sowieso de deur uit, dan heb je je handen vrij.’

‘Het eetcafé bij de kerk, vindt U dat wat?’ stelde ze voor. ‘Dan kom ik over een half uurtje.’
Haar stevige voorkomen en ronde gezicht wekten vertrouwen en ik stemde meteen in.
Rondom me turend reed ik de parking af, geen Frank te zien. Opgelucht gaf ik gas.
Onderweg piekerend. Misschien beter de kinderen een paar weken bij moeder onderbrengen? Of bij Willem, mijn ex? Dan kon ik een paar stevige gesprekken voeren met Frank, eventueel advies vragen aan, ja aan wie eigenlijk? Politie? Die ziet me aankomen. Hoewel, hij gedraagt zich hondsbrutaal.
Ook de opmerking over mijn adres spookte door mijn hoofd.
Ik besloot met Willem te overleggen; zijn vriendin Olga was de beroerdste niet en zou zeker begrip opbrengen.
Hierna voelde ik me iets beter; bijna opgewekt kwam ik thuis, ruimde de boodschappen op en reed naar het eetcafé.
Ze was er al en wenkte. ‘Ik heb koffie besteld, oké? Voor we het vergeten: ik heet Len Landsem,’ lachte ze. Ik stak mijn hand uit. ‘Martje. Martje Cornelissen.’
‘Meteen maar ter zake?’ vroeg ze.
‘Graag. Ik kan wel wat raad gebruiken. Wat denkt U, zal ik de politie inschakelen? Of eerst met Frank praten? Die buurman, bedoel ik.’ Ze keek zuinig. ‘Politie, tja, ze doen niet veel. Heeft U niemand anders?’
‘Jawel, met exman en zijn vriendin hebben we een goede band. Over de kinderen en zo.’
‘Kinderen? Die deed ik sowieso de deur uit, dan heb je je handen vrij.’
‘Pardon?’ Het kwam bot over of kwam het door de manier waarop ze het zei? Aarzelend knikte ik.
Ze zag het. ‘Sorry Martje, ik liet me even gaan. Er is ook zoveel gebeurd indertijd….’ Ze veegde een plotselinge traan weg. ‘Maar je kunt ze echt beter uit logeren sturen als dat mogelijk is.’
‘Misschien, het is zo drastisch, ik bel toch eerst Willem op.’
‘Zou je dat wel doen?’ Weer merkte ik de hardheid op.
Hoe kon dat, bij een zo uitgesproken moederlijk type?

-©Bertie
Wordt vervolgd