Vakantie op zijn (namaak-)Frans in twee delen

Het was bloedheet en de stemming stond op een laag pitje, geïrriteerd als we waren door jeuk van muggenbulten en zweet op de onmogelijkste plekken. Lin smeerde doorlopend met citroencrème. In haar hang naar retroromantiek besmeerde ze mij ook, dicht tegen
me aan kroelend. Die lol was er gauw af.

‘Nog één keer samen in een tentje,’ had ze bedacht,’ tussen koeien en paardenbloemen..’ – en dazen en vlaaien, mompelde ik er achteraan.
‘Hè toe nou Pol. Naar Frankrijk. Vers stokbrood en wijn en uiensoep. Zonnebloemen, amou-our,’ koerde ze.
‘Lin, dat zijn we ontgroeid. Ik wil geen vakantie vieren met taaie korsten gedoopt in rooie azijn. Laten we de caravan nemen naar een geriefelijke camping met werkende toiletten en stromend water.’
We pleitten een poosje, ieder voor het eigen idee. Tot een compromis.
In de regel is dat geen vlees en geen vis.
Niettemin zou het een geslaagde vakantie zijn geweest wanneer dat ellendige vliegentuig er niet was. De hittegolf en die vreselijke hond. Een echt bed had misschien ook geholpen.

Een boerencamping in Zeeland benaderde het dichtst de koeien en paardenbloemen. Lees: taaie graspieken die prikten.
Ook kochten we een sheltertje, zo’n handig ding met een knus luifeltje waaronder we het glas konden heffen. Lin had een ‘leuk solexje’ op het oog, dat kon ik nog net voorkomen. Met een brommer het weiland op, het idee.
Er was stromend water. Een heuse wc. In een dorp verderop stonden een eetcafé en kruidenierswinkel waar we stokbrood en Franse rode wijn konden kopen.
Het zag er niet eens zo slecht uit.
We maakten een begin met l’amour teneinde een vroegere verliefdheid terug te vinden en verdomd, de eerste paar dagen lukte het bijna.
==
© Bertie
Morgen deel 2.