Klussen en toekijken

Nietlezen vereist een andere invulling van de tijd.
Net toen ik probeerde een nieuwe bezigheid te bedenken belde kennis F. dat hij vandaag tijd had voor een afgesproken klus.
Een oude, hoge kast moest worden afgebroken en opgeruimd.
F kwam. Hij had een breekijzer meegebracht en een moker, een gereedschapskist met van alles. Ik bekeek het met ontzag, de klus zou niet lang duren, meende ik.
Vakkundig haalde hij de ene na de andere plank en balk los.
Intussen had ik opnieuw een probleem, hoe moet je de tijd zoet brengen als iemand in je huis aan het werk is? Je voelt je ongemakkelijk.  Met de armen over elkaar staan toekijken wil je niet, internetten  en stilzitten ook niet.
Ik liep heen en weer, droeg een plankje weg en raapte een schroefje op, deed alsof ik ook druk was met schilmes en aardappelen, streek een verdwaalde zakdoek en kwebbelde over het laatste sterfgeval, streek de zakdoek nog een keer tot het tijd was voor koffie.
Daarna gingen we verder.
Na de derde strijkbeurt was de kast gesloopt. Ik bewonderde F uitbundig, blij dat het karwei af  was.
Maar achter een grote kast die jarenlang niet van zijn plaats komt vind je van alles.
Een verweesd stopcontact hing aan een spijker. Uit een ander gat kwam een bundel stroomdraden die onder een plint weer verdween, de plint zelf stond scheef. F werkte verder.
Mismoedig bekeek ik de gestreken zakdoek.
Haalde nieuwe aardappels te voorschijn en schilde een portie voor morgen en daarna voor overmorgen. Ik keek een poosje naar zijn werk en won vijftien minuten met de laatste nieuwtjes uit de plaatselijke krant.
Enfin.
Halverwege de middags was hij klaar en vertrok.
Toen kon ik rustig zitten, moe van het gedrentel en het niet-weten-wat-te-doen.
==

Advertenties