Camera en ik.

Kom, dacht ik, laat ik een paar selfies maken. Binnenkort wordt het ID-bewijs vernieuwd, kan ik eerst even checken welk gezicht ik moet opzetten voor een passende foto.
Voorheen maalde ik daar niet om maar met de jaren komen oudevrouweneigenschappen je aanwaaien waarvan de wens om een goedgelijkende foto er één is. Eerlijkheid boven alles.
Daartoe nam ik plaats in het volle licht en maakte er een stuk of tien, en profil links en rechts inbegrepen.
Zonder te controleren zette ik ze op de laptop. Dit zijn er een paar:

Had ik wéér de camera verkeerd om en nog schaduw erbij.
Ik vloekte onfotogeniek, de zin was er meteen af. En het licht was ook verkeerd.
Uiteindelijk nam ik een paar snelselfies (met de camera in de juiste richting) maar door een uitgewreven oog zijn die mislukt.
Ik durf ze niet te vertonen, zo eerlijk ben ik nu ook weer niet en als ik zo bij de fotograaf moet poseren wìl ik niet eens een nieuw ID-bewijs. Dan blijf ik wel thuis.
Fotograferen en ik, het gaat maar héél af en toe goed.

Advertenties

Terug van logeerpartij

Hartelijke ontvangst, aangenaam verblijf met lekker eten, drinken, fijn bed, goede gesprekken, wandelroutes, lees- en oplaadwerk aanwezig, kortom, ik voelde me welkom.
En toch.
Weerom komen is minstens zo aangenaam.
Ik loop de kamer en keuken door, neus in slaapkamers en schuur, neem een kijkje in de garage en overzie het winterdorre achtertuintje waarin een paar dooie sprieten waaien. Er zijn groene puntjes zichtbaar, sneeuwklokjes?
Een eigenzinnige kat zit op de schutting, hautain negeert hij mijn geroep. De buurhond keft en ik doe kssst.
In de keuken maak ik een kop nesccafé.
Strek me dan in de luie stoel met kranten, dampende mok, puzzels, boek, pen, tablet, soezerige ogen die herhaaldelijk dichtvallen.
Ik ben weer thuis.

Aarden. Of niet?

Wat doet sommige mensen zo sterk hechten aan hun geboortegrond?
Oké, ze hebben er meestal hun jeugd doorgebracht, school gelopen, zijn er verliefd en volwassen geworden. Maar dat zijn belevingen die je niet meer terug vindt.
Toch willen ze per se in hun eigen gemeente trouwen en wonen of er, in latere jaren, hun oude dag doorbrengen. Terug naar hun roots, heet het dan.
Zelfs van emigranten ken ik er die hun nieuwe huis en tuin zoveel mogelijk modelleerden naar die in hun moederland want dan voelden ze zich ‘thuis’.
Is het het landschap? De omgeving? Het dialect? Traditie (mijn achteroveropoe is hier nog geboren)?
Alle antwoorden zijn goed tot je ze weerlegt. Behalve de laatste zijn eigenschappen van de overige argumenten overal te vinden, zeker in eigen land.
Wat speelt er dan mee?
Ik denk dat het iets eigens is, iets onbenoembaars, een gevoel, te vergelijken met de pannenkoeken-van-je-moeder, en dat de ene mens dat makkelijker achter zich laat dan de andere. Ik roep maar wat want het is moeilijk te beoordelen.
Een vroegere vrijer kwam uit Rotterdam en zou nooit, NOOIT van zijn leven in Amsterdam gaan wonen. Van een Amsterdamse zwager hoorden we precies hetzelfde maar dan andersom. Tja, wat konden we daar op zeggen. We begrepen het niet.
Zelf ben ik Zaanse en op mijn veertiende in Oost-Brabant neergezet.
Het is niet onaardig gelukt: ik sloeg aan.

 

We zijn er weer

Plaatje heeft niets met Frankrijk te maken, wel alles met het eigen huis dat me braafjes opwachtte. Vertrouwd maar toch, hoe zal ik het zeggen zonder ontevreden te lijken – na een lange autorit waren we blij te arriveren- doet het me ondanks de opluchting verlangen naar de volgende vakantie.
Het moet weer effe wennen. Komt goed.
Eerst een nachtje of langer slapen.
Tot morgen of overmorgen.