struikelen en meer

vallenfalling-151850__340Wie het zelf meemaakte weet hoe gênant het is:
boodschappen die over de grond rollen of
in een drukke ruimte struikelen over een drempel van 2 millimeter.
Als kind was ik er een ster in maar gaandeweg leerde ik beter op te letten.
Onlangs overkwam het me toch nog.
Wachtend bij de oogarts haalde ik telefoon, afsprakenbrief,  bril en papiertje met vragen uit mijn tas voor een laatste check. Het kon, ik was te vroeg.
Ik lette niet op de klok en sprong verschrikt op toen ik aan de beurt was. Razendsnel propte ik alles weer terug, sorry roepend, vergat de telefoon, greep hem alsnog waardoor de tas scheef hing en bril eruit rolde enzovoorts. Kenners weten wat ik bedoel.
Hoe beschaamd je je voelt.
Dat je door de grond wil zakken.
Dat het nog erger is als iemand je gaat helpen maar je ze niet durft weg te jagen.
Enfin. De arts had geduld, riep ‘kalmaan’ en het kwam in orde.
Het is een paar weken geleden maar zit me nog steeds hoog en ik kan niemand de schuld geven om eens lekker flink de les te lezen.
Alleen mezelf.
Ook dat zit me hoog.
Stom mens.
==

Tovertekens

Voor de dag begint in de krant een paar puzzeltjes maken. Vlugvlug en onleesbaar, nou ja, niemand hoeft het na te kijken.
In grote haast pen ik een boodschappenlijst.
Al winkelend kan ik de helft niet lezen, toch eens de telefoon gebruiken beloof ik mezelf. Maar dat komt er nooit van.
Nu zit ik hier en bekijk de ideeënkladjes, afgescheurde reepjes krantenpapier, snippers karton, memootjes, nauwelijks te begrijpen want ook deze zijn in twee tellen vol gekrabbeld.
–   Waarom doe ik dat zo? Ik heb alle tijd van de wereld. Niemand jaagt me op, er is geen vastgesteld schrijftermijn, ik heb er geen hekel aan, geen pen die bijna leeg is.
Een geldige reden is er niet.
Nu ik het tik klinkt het als een echo van de schooljaren.
Vanaf dag één was ‘netjes’ een probleem. Te vlug, onregelmatige letters, vaak vlekkerig door -alweer-  te snel van de inktpot naar het schrift te gaan,  en waarom? We hadden op het laatst toch vul- en balpennen?  Ik wist het niet en weet het nog steeds niet.
Zo kliederde ik tot mijn eerste baantje, waar ik dingen moest overnemen van andere kliederaars die cryptische tekens op blaadjes en kladblokken schreven. Als tovertekens.
Dat troostte.
kladshabby-paper-3350615__340
-==

Fotovraagje

Geef me een camera in handen en ik verknoei de foto’s, niet met opzet, ze moeten me niet.
Deze is met de telefoon gemaakt, ik heb alle knoppen uitgeprobeerd maar ik snap er weer eens niets van.
Het zijn verschillende lichtsnoeren, dat zal ook wel iets zeggen.
Vijf stuks, ook is er verschil in de grootte van lampjes.
Ik ging veraf staan, toen dichtbij, zelfs op een stoel , het werd er allemaal niet beter op.
Meestal geef ik niet veel om het resultaat maar deze wilde ik beter afleveren.
Vraag dus:
Hoe maak je een foto als deze zonder dat de lichtjes grote vlekken worden?
==

Dingetjes


Het begint te regenen.
Zacht, net hard genoeg om getik te horen. Ik stop de stofzuiger en ga zitten luisteren onder het afdak.  Na twee minuten sterven de druppels weg.
Ik neem de stofzuiger weer op.
De bel gaat, net hard genoeg om op te kijken, ik zie twee mensen bij de voordeur. Ze willen me iets aansmeren  en ik stuur ze weg.
Ik neem de stofzuiger weer op.
De telefoon piept, net hard genoeg om hem uit te zetten. Zal ook wel niks zijn.
==

Telefoon

De huistelefoon deed niets meer.
Iemand  had geklaagd dat ik onbereikbaar was. Dat was niet waar maar ze weigert mobiel te bellen.
Enfin.
Ik bekeek het ding (niet die van het plaatje), haalde  de batterij eruit en stopte hem er weer in, nam de instructies door, las het klachtenhoofdstuk maar kon niets vinden, klusjesman ook niet. Hij deed overal stekkers uit en in. Zinloos.
Achteraf bleek het een Ziggo-storing
‘Gooi toch weg,’ zei iemand.
Maar dat wil ik niet. Er zijn nog mensen die liever het ‘gewone’ nummer willen draaien, die gebruiken  alleen het ‘gewone’ toestel. En eigenlijk vind ik de hoorn ook prettiger in gebruik dan de platte smart.
Dus houd ik hem. En denk aan de kinderachtige en brave grappen van toen.
PTT-contrôle. Wilt U even in de hoorn blazen?
Met de PTT, heeft U alle cijfers in de juiste volgorde? Wilt U ze hardop noemen? Geloof het of niet: sommige mensen deden het.
Ik neem aan dat elke nieuwigheid zijn eigen grappen meebrengt.
De autoradio bijvoorbeeld was een bron van spot, Facebook en Twitter eveneens.
De minirok ook maar was van een andere orde.
Toch hebben we het allemaal omarmd en zullen dat waarschijnlijk blijven doen.
Ik voorzie een teleportatie naar hemel of hel, automatisch, met korting bij twee personen tegelijk.
Maar de oude huistelefoon kan blijven tot niemand hem meer gebruikt
Dan mag hij naar de tele-hemel.
==

Lezen, ho maar.

Vandaag leesdag.  Inhaaldag, gister kwam er niets van.
Lekker, dacht ik, handenwrijvend leegde ik de keukentafel en spreidde de kranten breeduit. Koffie ernaast.
Net wilde ik beginnen toen ik het boek zag,  het keek me aan. Vooruit dan, nog één hoofdstuk.
Boek uit, koffie koud. Nieuwe gemaakt.
Kranten!
Er viel me iets in.
O ja, A. was jarig, meteen bellen voor ik het vergeet.
Gesprek afgelopen, nieuwe koffie.
Ziezo, nu aan de lees.
Telefoon…..
Enz.
En nu.
De kranten liggen nog op dezelfde plaats, opengevouwen op dezelfde pagina’s en ernaast staat een lege koffiemok met donkere kringen.
Zegt het stel dat net wegging:
‘Lees je de krant altijd zo langzaam? Ik heb hem meestal in een half uurtje uit.’
Ik zei niets, maar…
…. gelukkig ben ik niet gewelddadig.
==

.

Sympathie

Vanmorgen.

Ha….o?
Goedemorgen mevrouw B. Bent U mevrouw zelf?
J., ..nd…aa.
We hebben een prachtige aanbieding voor U…
La.. zit….
...voor heel weinig geld
Geen i.ter…
Wat zegt U?
GGG… INT….
U schreeuwt, ik versta het niet.
s… ..ij.
Pardon?
S… (diepe ademhaling)   stemkwijt
Daarop drukte ik hem weg.
En werd opnieuw gebeld waarna ik alles uitzette.

Bij de bibliotheek.
– Haai, lang niet gezien. Alles goed?
Ik knikte. Niet weer zo’n sessie, hoopte ik.
Ze kwam naar me toe en blabla’de. Ik verstond er niks van, met de stem zaten opeens ook mijn oren op slot.
Ze zag het. ‘Wat heb je?’
Ik wees naar de balie waarop pen en papier en schreef: stem en oren kwijt.
Ze lachte, sorry B, volgende keer beter.
Een begripvolle reactie.

In de supermarkt kwamen de oren langzamerhand tot leven.
Mijn stem verrekte het. Toen een man tegen me aanbotste mimede ik ‘Sorry’ en articuleerde overdreven: ‘mijn stem doet het niet.’
Ook hij begreep.

Er zijn veel sympathieke mensen op de wereld.
In ons dorp.
==

.