Lezen, ho maar.

Vandaag leesdag.  Inhaaldag, gister kwam er niets van.
Lekker, dacht ik, handenwrijvend leegde ik de keukentafel en spreidde de kranten breeduit. Koffie ernaast.
Net wilde ik beginnen toen ik het boek zag,  het keek me aan. Vooruit dan, nog één hoofdstuk.
Boek uit, koffie koud. Nieuwe gemaakt.
Kranten!
Er viel me iets in.
O ja, A. was jarig, meteen bellen voor ik het vergeet.
Gesprek afgelopen, nieuwe koffie.
Ziezo, nu aan de lees.
Telefoon…..
Enz.
En nu.
De kranten liggen nog op dezelfde plaats, opengevouwen op dezelfde pagina’s en ernaast staat een lege koffiemok met donkere kringen.
Zegt het stel dat net wegging:
‘Lees je de krant altijd zo langzaam? Ik heb hem meestal in een half uurtje uit.’
Ik zei niets, maar…
…. gelukkig ben ik niet gewelddadig.
==

.

Sympathie

Vanmorgen.

Ha….o?
Goedemorgen mevrouw B. Bent U mevrouw zelf?
J., ..nd…aa.
We hebben een prachtige aanbieding voor U…
La.. zit….
...voor heel weinig geld
Geen i.ter…
Wat zegt U?
GGG… INT….
U schreeuwt, ik versta het niet.
s… ..ij.
Pardon?
S… (diepe ademhaling)   stemkwijt
Daarop drukte ik hem weg.
En werd opnieuw gebeld waarna ik alles uitzette.

Bij de bibliotheek.
– Haai, lang niet gezien. Alles goed?
Ik knikte. Niet weer zo’n sessie, hoopte ik.
Ze kwam naar me toe en blabla’de. Ik verstond er niks van, met de stem zaten opeens ook mijn oren op slot.
Ze zag het. ‘Wat heb je?’
Ik wees naar de balie waarop pen en papier en schreef: stem en oren kwijt.
Ze lachte, sorry B, volgende keer beter.
Een begripvolle reactie.

In de supermarkt kwamen de oren langzamerhand tot leven.
Mijn stem verrekte het. Toen een man tegen me aanbotste mimede ik ‘Sorry’ en articuleerde overdreven: ‘mijn stem doet het niet.’
Ook hij begreep.

Er zijn veel sympathieke mensen op de wereld.
In ons dorp.
==

.