Vuurwantsen? Don’twantsen!

En weer (of nog steeds) zitten er vuurwantsen in de grond. Tussen de planten en het grind, in het zand. Ze doen geen kwaad maar ik kijk er van op dat er zovéél zijn.
De eerste keer dat ik ze opmerkte dacht ik een groep oranje knopjes te zien, zo klein waren ze nog. Ze bewogen. Hoe langer ik keek, hoe meer ik er zag, ook grotere exemplaren. Ze lijken op afwijkende lieveheersbeestjes en hebben een grappige tekening  met clownsogen.
Na de eerste schrik heb ik rondgevraagd en gegoogled, veel kwaad kon ik niet ontdekken.
Maar nu ik er een paar over de buitenmuur zag wandelen begin ik het akelig te vinden, nu komen ze misschien binnen. Insecten deinzen nergens voor terug, de kleinste kiertjes onder deuren en ramen proberen ze uit en dan?
Dan stap ik op een kwade dag nietsvermoedend in een schoen vol friemels en nemen ze de luie stoel in beslag.
Dat leuke uiterlijk heeft opeens een heel andere lading.
Gewekt te worden door een colonne gemaskerde beesten op je hoofdkussen, daar is niks leuks an.

Advertenties