Voornamen

‘Waarom kreeg ik die rare naam?’
Dat vroeg ik en zal niet de enige zijn geweest.  Ouders van grote gezinnen waren bij de achtste, negende en volgende spruit  bekaf van het namen zoeken en rommelden maar wat in meer van hetzelfde.
Er was weinig keus in een boerenfamilie, evenmin bij arbeiders.
Zodoende hadden we drie tantes Geert, twee Marie’s, twee Trienen, een Duif, Betje, Grietje, Antje, Aal, Eef.
Bij de mannen was het vergelijkbaar. Jaap, Cor, Gerrit, Siem, Engel, Willem, Lau, en een handje vol andere.
In plaatsen als Amsterdam en andere steden zal het aanbod groter zijn geweest, wij woonden aan de rand van een industriegebied, half plattelands.

In Oost-Brabant leerden we andere namen. Marinus, Geert als jongensnaam, Kit (jongensnaam), Tien of Tiny (jongensnaam), Mies (jongensnaam), Pieta, Marij.
Iedereen kan de lijstjes moeiteloos aanvullen met streekgebonden  namen. Mensen durfden niet gauw hun  kind anders te noemen dan gebruikelijk. Daardoor hadden we in de klas diverse Ria’s, Annekes  en Cora’s.
Dat veranderde langzamerhand  in mijn kindertijd, plotseling was er een Yolanda in de buurt. Mary’s waren er al, het wachten was op Brigittes en Johnnies. Retro was in opmars, Frouke, Hermina, maar nooit de gewone Klaas en Neel. Ook een geloof kon van invloed zijn. Lees: de bijbel.
De betekenis van een naam was onveranderlijk gunstig. De dappere, stralende, lichtende, strijder. Logisch natuurlijk, je vernoemde je kind niet naar een lamzak of lichtekooi.

Namen zijn aan mode onderhevig. Bij elke generatie duiken andere op zodat er in de klas opnieuw een aantal leerlingen zijn die hetzelfde heten want ouders zijn niet altijd origineel.
Vroeger werden de meeste kinderen vernoemd. Allereerst waren de grootouders aan de beurt, in sommige gezinnen de peter en meter (bij de doop), in anderen de heilige van de dag. Nu zijn het pop-, sport- en andere idolen maar ik ken families waar nog steeds de stamvader doorlopend vernoemd wordt.
Iemand die de moeite neemt zich er in te verdiepen zal vaak uit de voornaam kunnen afleiden uit welke periode de drager stamt.
Niet altijd.
Nogal wat vrouwen van mijn generatie veranderden hun naam. An werd Annette, Sjaan werd Janine, ook werd gekozen voor de tweede doopnaam.

Mijn eigen naam laat ik er buiten.
Twee doopnamen die beiden met een E beginnen, daar is al teveel om gelachen.

Advertenties

Bobbeltjes

We keken altijd uit naar de verjaardagen van pa en moe.
Naar familiebezoek, in het bijzonder van de oude tantes.
Onder hun jurken (steevast zijdeachtig, gedekt bruin, blauwgrijs of beige met frivool bloemetjesdessin) staken van die rare bobbeltjes uit op hun achterste. Dat fascineerde ons, we zagen ze bij onze eigen moeder nooit.
Met name de magere tantes leken ware bobbeltjesfanaten, bij hen zag je zelfs grote punten aan hun zijkanten uitsteken alsof ze in een houten onderbroek rondliepen.
Als kinderen van een groot gezin wisten we natuurlijk dat het verschijnsel door korsetten veroorzaakt werd , die ook door strijkplanken gedragen werden want dat hoorde zo.
Het moeten oude modellen geweest zijn (de korsetten bedoel ik), vreselijke dingen met veters en baleinen, die weliswaar mooie vormen beloofden maar dikke buiken en slappe billen alleen maar in vreemde vormen wrongen en nooit goed aansloten.
Wij dachten dat de jongere familie het ook raar vond, er werd tenminste behoorlijk gelachen naarmate de avond vorderde.
Achteraf denk ik dat het juist de ouwe omes  waren;  zij zagen voor hun geestesoog een Madonna avant la lettre.
Verboden Vruchten.