Man-vrouw-taakverdeling. ’50-’60

Grote zussen spraken over hun kindertijd.
Weet je nog dat we te lang kletsten in bed?
O jaaa, dat Moe ons uiteindelijk strafte met haar pantoffel. We hoorden haar de trap al op komen met ongelijke stap, één slof in haar hand en doken alvast onder de dekens. We  kermden bij voorbaat alsof we geslacht werden…..
Wij, jongsten, kenden dit niet. En pa? vroegen we, wat deed die dan?
Die liet het aan moe over. Zo ging dat toen.
Ik zou dat niet geaccepteerd hebben toen we zelf in de kleintjes zaten.

Toch was die taakverdeling in de jaren vijftig niet altijd zo vrouwonvriendelijk als het nu lijkt.
Door elkaar genomen hadden mannen en vrouwen redelijk vaste patronen waar beide partners vrede mee konden hebben.
Mijn vader hoefde geen huishoudelijke klusjes te doen en mijn moeder nooit iets in de tuin, schuur of wat dan ook buiten. Kinderen opvoeden was nogal eens een heikele kwestie (“zeg jij ook eens wat!”).
Het ging aardig goed bij de meeste mensen die ik kende. Ook waren man en vrouw niet te beroerd elkaar een handje te helpen in noodgevallen.
Men wist niet beter, veel mensen vonden het prima zo. Priesters en dominees hielpen daarbij.
Dit gold voor arbeiders en vergelijkbare standen, bij de gegoeden zagen we dienstmeisjes en tuinmannen werken. Wat die vrouwen zelf deden was ons een raadsel.
Ik dacht dat ze de hele dag in tijdschriften bladerden en naar de radio luisterden tot mijn moeder me uitlegde dat  de vrouw van de dokter haar man assisteerde bij het klaarmaken van medicijnen, net zoiets als de vrouw van de kruidenier in de winkel hielp.

Voor de vrouwen die meer in hun mars hadden was het minder mooi,  ook bescheiden eisen werden niet altijd ingewilligd. Terwijl in menig huishouden juist de vrouw het reilen en zeilen bestuurde,  financiën beheerde en uitgaven controleerde. Dat mocht ze wèl.

Mijn moeder las en leerde graag.
Scholen en cursussen waren te duur maar ze spaarde als een vrek om toch een talencursus te volgen.
En gelijk had ze.