Warm eten

Rond vijf uur liep ik door de straat.
Etenstijd, een feestje van geuren.
Bradend vlees, ergens stond soep op het menu, verderop nasi of bami en ik denk snert te hebben geroken. Niet alles kon ik thuis brengen, het was allemaal verleidelijk.
Het maakte hongerig.
Ik dacht aan het broodje dat me wachtte. Is ook smakelijk maar met een hoofd vol lekkernijen kwam het me armzalig voor.
Watertandend, kwijlend bijna hield ik mezelf voor: waarom zou ik niet nog eens koken? Wat was er mis met tweemaal op een dag warm eten, het lijkt me juist gezond. Een schaal verse groente en aardappelen met donkere jus, misschien wat extra’s erbij, rijst met kip? Soep?
Zo liep ik met mijn gedachten aan eten te denken dat ik ineens in de supermarkt stond. Ik zweer je, het was niet gepland.
Toen kwam ik tot bezinning en kocht een krop sla. Voor morgen.


Advertenties

Winkeltijden

Hoelang is Appie zaterdag open? Tot 9 uur? Ik hoop dat ik het haal…’ vroeg een jonge vriendin.
Dit verbaasde me, ik vind de openingstijden van de supermarkten juist heel comfortabel, elke dag kun je er terecht op gunstige uren.
Vergeleken met  de jaren ’70 en ’80 is dit een groot gemak.
Winkeltijden waren toen van 8.30 – 12 en van 13 – 18, maandagochtend en zondag gesloten, zaterdagmiddag om 16 of 17uur.
We hadden er genoeg aan maar je kon weleens omhoog zitten; koffie op, melk en zo. Gelukkig waren er nog kleinere kruideniers waar je achterom kon. Ze mochten het niet maar hielpen je wel.
Achteraf bedenk ik dat er ook een groot voordeel was, letterlijk:
met zo weinig winkeltijd kocht je niet gauw teveel. Ik vraag me af waarom we geen miljonair zijn geworden.

Verliefde buurman l

Hij blijft me volgen

Daar stonden we dan, hij met een innemend lachje, ik geïrriteerd door datzelfde lachje.
‘Sorry Frank, ik heb geen tijd. Geen interesse ook.’  Ik probeerde om hem heen te lopen waarop hij  pal voor het karretje ging staan.
‘Kom op, verdriet duurt niet eeuwig, je kunt toch wel éven naar me luisteren? Ik weet zeker dat we….’
‘Nee. Ga alsjeblieft opzij!’
‘…. een goed stel vormen, jij en ik.’ Hij praatte gewoon door.

Frank was een vroegere buurman die me al jaren aanbad en dat zo overduidelijk liet merken dat we  afwisselend om hem lachten en ons dood ergerden.
Na een verhuizing zagen we hem niet vaak meer; helaas, zodra hij ontdekte dat we uit elkaar  waren en ik op mezelf woonde zocht hij me en trof me meestal in de supermarkt, wetende dat ik vaak boodschappen doe. Drie kinderen eten nogal wat.
Hij gedroeg zich fatsoenlijk zij het volhardend in zijn verliefdheid die, zo bleek, onverminderd sterk was. Hij probeerde me bij elke ontmoeting over te halen een afspraak met hem te maken en drong drammerig aan.
Deze keer was hij erger dan ooit.

©Bertie
wordt vervolgd