Rooie’s dromen


De verveelde dikke kat
die zo hooghartig ons bezat
en een saaiig leven leidde
met suffe kop de tijd verbeidde
ja die, de rooie met de strepen,
had een wellustig plan bedacht:

‘Verbranden zal ik al mijn schepen
ga daarna op poezenjacht-
met mijn imposante moed
en mijn achtste-Perzenbloed
schaak ik, puur voor dolle gein,
een Mandarrin
een Russisch blauwe
en een slanke Abessijn.
Man, wat zal ik van ze houe!’

Hij droomde diep van voorplezier
en wachtte op een duistere maan
want tja, als rasecht kattendier
wilde hij in’t donker gaan.
=
Nooit is hij weerom gekomen
toen hebben we een hond genomen.
==
© Bertjens/Bertie

Man-vrouw herinnering


Toen ik tegen de vijftig liep kocht ik een mini-servies op serveerblad en zette het op het dressoir.
Een klein sierdingetje waarop ik viel door de aansprekende kleuren.
Echtgenoot verbaasde zich hogelijk, juist ik hield niet van snuisterijtjes.’Een kinderservies? Wat moeten wij daarmee doen?’
Niks, alleen kijken. Zie je die kleuren dan niet? Heel apart.’
Hij haalde zijn schouders op.
Na een korte stilte begon hij weer. ‘Dat krijgen oude vrouwtjes ook. Potjes en beeldjes met bloemetjes en herderinnetjes….
Meteen stoof ik op. ‘Nou èn? Als ik dat nou mooi vind, ik zeg toch ook niks van jouw suffe trainingsbroeken uit het jaar nul?’
Hij lachte maar wat.
Enfin.
Een paar weken later waren we op visite bij een bevriend echtpaar. Ik voelde dat hij me aankeek en zag hem verstolen grijnzend naar een tafeltje  knikken.
Daarop stond, je raadt het al, eenzelfde serviesje.
Vriendin, ongeveer twintig jaar ouder dan wij, zag ons kijken.
Leuk hè,’ zei zij,’ die kleuren, heel apart.’