Pubers? Pubers!

Vanmiddag las ik het weer, in het zoveelste boek, de zoveelst column, stuk voor stuk herhalingen, over het hopeloze stuk vreten dat als een vod op de bank hangt en moeder als voetveeg gebruikt maar superalert wordt bij games of make up, soms de wereld verbeterend op kosten van ouders, dan wel een paard eisend, eveneens op ouders kosten.

Toegegeven, er schuilt soms waars in over hun onverschilligheid jegens het gezin. En in alles wat daaruit voortvloeit, de lompheid, luiheid, tegenzin, enzovoorts.
Toch zagen we een andere kant, waar ze eerder onzeker dan onverschillig bleken. Waarin duidelijk werd dat ouders niet alleen als geldschieters fungeerden maar ook degenen bij wie ze om raad kwamen.  Gevoelig waren voor sfeer, blijk gaven van menselijkheid.
Zelfs zijn er pubers die ‘normaal’ blijven, met doodgewone deugden en ondeugden. Ze bestaan!  Ondanks opspelende hormonen.
Die misschien een jaartje slabakken maar verder hun school afmaken, hun weerzin niet op hun omgeving afwentelen, gesprekken kunnen voeren, geïnteresseerd zijn. Met vallen en opstaan.
Gezien het slechte imago van pubers zou je ze bijna als extremen beschouwen maar zo buitengewoon zijn ze niet.
Tja, popi-geklaag  doet het natuurlijk veel beter.
In mijn ogen is het pas echt erg wanneer er problemen komen als drugsgebruik, alcoholverslaving, criminaliteit, er ziektes en stoornissen  voor de dag komen.
We kennen ouders die hiermee worstelen
Die klagen met recht!

Advertenties