Rooie’s dromen


De verveelde dikke kat
die zo hooghartig ons bezat
en een saaiig leven leidde
met suffe kop de tijd verbeidde
ja die, de rooie met de strepen,
had een wellustig plan bedacht:

‘Verbranden zal ik al mijn schepen
ga daarna op poezenjacht-
met mijn imposante moed
en mijn achtste-Perzenbloed
schaak ik, puur voor dolle gein,
een Mandarrin
een Russisch blauwe
en een slanke Abessijn.
Man, wat zal ik van ze houe!’

Hij droomde diep van voorplezier
en wachtte op een duistere maan
want tja, als rasecht kattendier
wilde hij in’t donker gaan.
=
Nooit is hij weerom gekomen
toen hebben we een hond genomen.
==
© Bertjens/Bertie